‘Dit is een trieste dag voor de sector’

Moeten we nu blij zijn of verdrietig? Een dubbel gevoel heerst bij alle actoren uit de circussector. Globaal krijgt onze sector meer dan in de vorige beleidsperiode: we gaan van ca. 6,4 miljoen tot bijna 7,4 miljoen euro ondersteuning per jaar. In tijden van culturele besparingen is dit zeker een mooi resultaat. Maar het is nog steeds een peulschil ten opzichte van andere (cultuur)sectoren, nog steeds veel te weinig om de sector in haar volle breedte en diepte te ondersteunen. Veel organisaties krijgen een pak minder dan gevraagd, sommige belangrijke spelers vallen – ondanks hun palmares en positieve adviezen – compleet uit de boot. “Eén miljoen extra klinkt goed, maar in de praktijk is het een slap in the face.”

Een korte geschiedenis van het Circusdecreet

De circussector wordt sinds 2007 structureel ondersteund: eerst via het Circusreglement, vervolgens via het Circusdecreet. Het eerste Circusdecreet (2008) was een mijlpaal in de geschiedenis van het circus in Vlaanderen, maar haperde langs verschillende kanten. Enkel Circuscentrum en drie festivals kregen structurele werkingsmiddelen, alle andere spelers konden slechts aanspraak maken op – veelal beperkte – projectmatige steun. Er was een totaalbudget van ca. 2,3 miljoen euro. De euforie van de eerste jaren (‘we maken kans op subsidies!’) maakte al snel plaats voor frustratie (‘met deze ondersteuning springen we niet heel ver’) en zelfs jaloezie (‘dat project krijgt 40.000 euro en wij maar 25.000’). Door het acute gebrek aan middelen heerste er – door Danny Ronaldo indertijd treffend verwoord – een kruideniersmentaliteit.

Op vraag van én in intense samenwerking met de sector werd het Circusdecreet in 2019 grondig hervormd. Dat betekende een mooie sprong voorwaarts, niet alleen inhoudelijk (bv. met de inkanteling van de circusateliers, de oprichting van de werkplaatsen, de omvorming van Circuscentrum tot officieel steunpunt, en de mogelijkheid voor gezelschappen om structureel erkend te worden), maar vooral ook omdat het beschikbare budget serieus opgetrokken werd. Dat was een grote verrassing. Velen vreesden dat het nieuwe decreet een lege doos zou blijken – zonder voldoende middelen zou het namelijk een stap terug betekend hebben. Niet dus. Het totaalbudget werd meer dan verdubbeld tot 5,7 miljoen euro. Het werd een grote stap voorwaarts.

De weinige gezelschappen die ‘gegokt’ hadden om voor structurele subsidies te gaan (door een vreemde fout in de timing kan je na een niet-goedgekeurde structurele aanvraag niet opgepikt worden bij de projectaanvragen), hadden geluk en werden vijf jaar lang met een mooi bedrag ondersteund. De andere gezelschappen – die projectmatig bleven werken – hadden ook geluk, want ook het budget voor projectsubsidies was opmerkelijk hoger dan in de jaren van het eerste Circusdecreet. Verder was de inkanteling van de ateliers en de oprichting van de werkplaatsen een even groot succes – ook hiervoor werden onverwacht voldoende middelen vrijgemaakt. “Niemand had durven dromen dat de budgetten voor circus dermate zouden stijgen dat alle ateliers die een subsidieaanvraag indienden, quasi het volledig gevraagde bedrag zouden krijgen,” aldus Lieven Leemans van Circolito in Circusmagazine #65. Besluit: iedereen was tevreden, het beleid erkende het belang en de groei van de circussector.

Het wordt een periode (2021-2025) waarin de circussector – eindelijk – kan inzetten op verbinding en verdieping. Neem daarbij het continu groeiende succes van circus op alle vlakken, ook in de media, en je krijgt een sector die zelfzeker en zelfbewust de toekomst tegemoet gaat. Dat leidt ertoe dat in de nieuwe subsidieronde veel meer gezelschappen het aandurven om voor structurele ondersteuning te gaan. 24 organisaties vragen samen ruim 10 miljoen euro aan werkingssubsidies aan.

Zo’n structurele aanvraag doe je niet in een-twee-drie. Het duurt minstens een jaar om alles rond te krijgen en een dossier op te maken dat aan alle (kwaliteits)criteria voldoet. Maar in een jaar kan veel veranderen. De Vlaamse regering bijvoorbeeld. Het kan plots een besparingsregering worden. De continue groei van de afgelopen jaren kan gefnuikt worden. Met als concreet resultaat dat enkele belangrijke gezelschappen compleet uit de boot vallen. Zij moeten in allerijl noodoplossingen zoeken om hun werking en artistieke plannen draaiende te houden.

Analyse van de meest recente subsidieronde

Werkplaatsen: stagnatie

Eerst het goede nieuws: er komt een circuswerkplaats bij en de naam is Ell Circo d’ell Fuego. Het voormalige Antwerpse circusatelier maakte een gewaagde keuze door zijn quasi zekere ondersteuning als atelier op te geven en voluit voor een eigen – zeg gerust unieke – interpretatie van werkplaats te gaan. Dit wordt nu gehonoreerd met een jaarlijkse subsidie van bijna 300.000 euro – een pak minder dan aangevraagd, maar tegelijk ook een pak meer dan het kreeg als circusatelier. “Ons gevoel is dubbel,” zegt artistiek coördinator Arno Wauters. “De erkenning is een belangrijke stap vooruit, maar we krijgen 40% minder dan voorzien. We moeten op enkele weken tijd uitzoeken hoe onze oorspronkelijke plannen nog steeds impact kunnen hebben, binnen een sector waar alles opnieuw bekeken en berekend wordt. Dat is pijnlijk.” (lees de volledige reactie hier)

Bij de andere werkplaatsen kan eigenlijk enkel Dommelhof echt tevreden zijn: het krijgt bijna volledig het aangevraagde bedrag en kan dus alle plannen uit het beleidsplan uitvoeren. “We zijn op dat vlak inderdaad tevreden,” zegt coördinator Martine Linaer. “We kunnen vanuit onze werkplaats verder werken aan een divers en stevig Vlaams circusveld, met linken naar het internationale veld. Maar we hebben een zeer dubbel gevoel bij het feit dat vooral gezelschappen structureel in de kou blijven staan. Dit raakt sterk aan de diversiteit en artistieke kwaliteit binnen het circuslandschap.”

De overige werkplaatsen – CIRKLABO, Miramiro en PERPLX – zullen serieus moeten schrappen in hun dromen en plannen: ze krijgen ongeveer hetzelfde als in de vorige beleidsperiode, maar veel minder dan aangevraagd. Jonas Van Soom, coördinator van CIRKLABO: “Door de combinatie van indexering, inflatie en de recente besparingen bij Stad Leuven, zullen we de komende beleidsperiode in de praktijk minder werkingsbudget overhouden om artiesten te ondersteunen en circus te programmeren. We hebben de indruk dat we, net als vele andere structureel gefinancierde organisaties, slechts met de neus boven water mogen verder watertrappelen.” (lees de volledige reactie hier)

Ook bij Miramiro geen gejuich. Celine Verkest: “Net als velen krijgt Miramiro geen ruimte voor groei. Integendeel, we zullen delen van onze werking moeten afbouwen: minder residenties, begeleidingen, trajecten, ruimte om risico te nemen. We zullen selectiever moeten zijn in welke artiesten en projecten we ondersteunen. Onze vele samenwerkingen worden herbekeken. Ook in de publiekswerking en omkadering zullen we moeten terugschakelen. Dat schuurt, want de rol van de werkplaatsen is net om motor te zijn van ontwikkeling, vrijplaats voor divergent creatief onderzoek en verdieping, om tijd te bieden voor vallen en opstaan, om een duurzame partner te zijn voor makers.” (lees de volledige reactie hier)

Circusateliers: gezamenlijk vooruit

De enige deelsector die in haar geheel tevreden mag zijn, is die van de circusateliers. De twee ateliers die in de vorige ronde nog nipt uit de boot vielen wegens te weinig deelnemersuren – Sarakasi (Aalst/Denderbelle) en ’t Sirk (Mol) – hebben een mooie inhaalbeweging gemaakt en worden nu ook structureel ondersteund. Zij maken een gigantische sprong vooruit: van peanuts (gemeentelijke subsidies) naar 150.000 euro (Sarakasi) of 100.000 euro (’t Sirk) per jaar.

“We zijn heel blij met dit resultaat,” aldus Emma Adriaensen en Nel Wens van ’t Sirk. “De afgelopen beleidsperiode hebben we niet mee ingediend, dus wij zijn dankbaar voor elk budget. De grootste verandering voor ons is het in dienst nemen van een coördinator. Wat tot nu moest gebeuren in onze vrije tijd, na ons vast werk, en zich dus beperkte tot het hoogst noodzakelijke, kunnen we nu doen tijdens de werkuren. Het geeft ons investeringskansen en we kunnen onze organisatie professionaliseren.”

Maar ook de andere ateliers mogen blij zijn: iedereen krijgt substantieel meer dan in de vorige beleidsperiode. Kleine kanttekening: elk circusatelier krijgt substantieel minder dan aangevraagd. Zeker voor de organisaties met grote uitdagingen en dito plannen – bv. Circus Zonder Handen en Circusplaneet, niet toevallig beide actief in een grootstedelijke context – is dat een dikke streep door de rekening.

Gezelschappen: pijnlijke keuzes

Komen we bij de deelsector waar de pijnlijkste – en minst te begrijpen – keuzes gemaakt zijn. Daar waar in de vorige ronde 100% van de aanvragers gehonoreerd werden (drie van de drie), gaat het nu om 50% (vijf van de tien). Dat is op zich een aanvaardbaar percentage, ware het niet dat bij de ‘afvallers’ klinkende namen zitten als There There Company, Circumstances, Movedbymatter en Sprookjes enzo. Gezelschappen die al jarenlang een cruciale plaats in het veld opnemen, succesvolle tournees hebben en circus eigenwijs opentrekken naar andere podiumkunsten. Gezelschappen die zowel artistiek als zakelijk hun strepen verdiend hebben en een positief preadvies kregen van de beoordelingscommissie. Heel bizar – en op zijn minst onterecht – dat zij uit de boot vallen.

Jonas Vermeulen, zakelijk leider van Circumstances: “We worden overspoeld door berichten van de brede sector, maar ook van onze vrienden en familieleden. Want ook zij hoopten op meer ademruimte en draagkracht voor ons. Op meer tijd met ons. Iedereen vraagt zich af hoe wij dit nu kunnen voortzetten. Ons momentum is afgepakt. We blijven achter zonder perspectief.” (lees de volledige reactie op p. zoveel)

Ook Hanna Mampuys en Toon Van Gramberen van There There Company maken zich zorgen: “Het lange uitstel van de beslissing zorgt ervoor dat er heel weinig tijd over blijft om het slechte nieuws te verwerken én onze plannen waar we het afgelopen jaar hart en ziel in hebben gestoken, om te denken. Want dat omdenken zal moeten gebeuren in een context van schaarste.” (lees de volledige reactie op p. zoveel)

Kasper Vandenberghe van Movedbymatter: “Voor ons betekent dit dat we opnieuw moeten terugvallen op onzeker projectwerk. Dat voelt bijzonder bitter, want we stonden eindelijk op het punt om uit te groeien tot een stabiele organisatie. Dat was niet alleen ons eigen aanvoelen – ook de beoordelingscommissie zag dat zo. Toch besloot de Vlaamse Regering uiteindelijk, met de budgettaire krapte als argument, om geen subsidie toe te kennen. De minister gebruikte één criterium als filter, waardoor verschillende positief geadviseerde organisaties dezelfde boodschap kregen: positief advies, maar een negatieve beslissing. Dat is, eerlijk gezegd, bijzonder moeilijk te vatten.” (lees de volledige reactie op p. zoveel).

Maya Van Puymbroeck van Sprookjes enzo: “De ontgoocheling is groot dat we na 20 jaar niet in onze plannen worden ondersteund. Het aangevraagde bedrag was nochtans klein. Wij zijn daarin realistisch bescheiden gebleven. De sprong die we artistiek en productioneel wilden maken, kwam organisch voort uit onze bestaande werking die haar limiet had bereikt. In plaats van te groeien worden we nu gedwongen om te verkleinen en in plaats van te vernieuwen zullen we eerder veilige keuzes maken.” (lees de volledige reactie op p. zoveel).

Krijgen wel een structurele erkenning: de drie ‘anciens’ (Circus Ronaldo, Rode Boom en Side-Show) en twee nieuwkomers (Collectif Malunés en Grensgeval). Heel fijn, en absoluut een stap voorwaarts voor de sector, maar het smaakt toch bitter in het licht van de globale uitslagen. Simon Bruyninckx van Collectif Malunés verwoordt het als volgt: “We zijn enorm blij met de erkenning die we nu krijgen. Vijftien jaar hebben we gewerkt als zotten; dit voelt als een bekroning van onze verwezenlijkingen. Maar er is ook de andere kant van het verhaal. Veel collega’s vielen uit de boot, collega’s wiens werk ik enorm waardeer. Ik zie het totale plaatje als een trieste dag voor de sector.”

Mahlu Mertens van Grensgeval beaamt: “Het voelt ontzettend dubbel. We zijn natuurlijk heel blij met de structurele erkenning voor Grensgeval, maar we zitten ook met een zuur gevoel, omdat de uitslag voor anderen een slag in hun gezicht was. Het is dus niet iets om ondubbelzinnig te vieren. Niet voor de sector, niet voor de andere gezelschappen, zelfs niet voor ons.”

Side-Show ziet zijn structurele erkenning voor vijf jaar hernieuwd, maar artistiek leider Quintijn Ketels en company manager Thibaut Princen zijn erg kritisch voor het beleid: “Eén miljoen extra klinkt goed, maar in de praktijk is het een slap in the face. 21 november 2025 kan de geschiedenis ingaan als de dag waarop het Vlaamse circuslandschap weer op dieet werd gestuurd. (…) Uiteraard is de uitbreiding van het aantal organisaties een goede zaak. De diversiteit in ons Vlaamse circusveld is rijk en een voorbeeld voor andere sectoren. Maar gezien de vlakke verhoging voor ateliers of vlakke bestendiging van de rest, kan je je de vraag stellen wat we eigenlijk de afgelopen maanden en jaren hebben gedaan. De toegekende middelen staan los van de goede of slechte werking van de circusorganisaties, hun strategische visie voor de komende jaren of de kwaliteit en beoordeling van het concrete plan dat ze daarvoor opstelden.” (lees de volledige reactie hier: QR-code)

Bovendien is het plaatje voor de vijf gehonoreerde gezelschappen niet eenzijdig positief: geen enkel gezelschap krijgt wat het gevraagd heeft. Integendeel, sommige krijgen slechts bijna de helft. Bruyninckx: “We krijgen 52% van het bedrag dat we aanvroegen. Het voelt dubbel om te klagen, aangezien er een lichte verhoging is van het globale circusbudget terwijl andere sectoren moeten besparen. Maar het is wel frustrerend omdat we zoveel mooie plannen hadden die we niet gaan kunnen uitvoeren. Bovendien hou ik mijn hart vast voor de Kunstensector, die binnen twee jaar aan de beurt is.”

“We kunnen niet ontkennen dat er een zucht van opluchting kwam dat we nu vijf jaar verder kunnen,” aldus Mahlu Mertens. “Maar die zucht ging ook gepaard met zorgen over hoe we in hemelsnaam onze dromen en plannen kunnen uitvoeren met het toegekende bedrag (Grensgeval krijgt 67% van het aangevraagde bedrag, red.). In realiteit is het antwoord hard maar simpel: dat kan niet. Zeker omdat verschillende partners met wie we gaan samenwerken niets of minder dan gehoopt kregen. Maar de continue stress over of het gezelschap wel kan blijven draaien valt weg en dat is een groot verschil.”

Quintijn Ketels: “Wij moeten verder met een budget dat door inflatie in reële termen minder waard is, in een Vlaams podiumkunsten-ecosysteem dat zelf de tering naar de nering moet zetten, én een internationaal landschap waar de subsidiesignalen evenzeer alarmerend zijn. Voor ons betekent het dat we de complexe financiering van eigen middelen, coproducties en taxshelter nog verder moeten uitpersen. Om nog maar van onze draagkracht te zwijgen. Minder personeel, meer freelance contracten, meer precariteit.”

Circuscentrum: gekortwiekt

Een andere pijnlijke situatie doet zich voor bij het steunpunt van de circussector en uitgever van dit blad, Circuscentrum. Een korte historiek is aangewezen om alles in het juiste perspectief te plaatsen.

In de periode van het eerste Circusdecreet (2008 tot grofweg 2020) was Circuscentrum de organisatie die verhoudingsgewijs het meeste subsidies kreeg. Met een basistoelage van 700.000 euro (dat doorheen de jaren gestaag daalde) op een globaal circusbudget van ca. 2,3 miljoen euro bevond Circuscentrum zich op eenzame hoogte; het was de enige organisatie die voldoende gesubsidieerd werd. De opdrachten, doelstellingen en acties van het toenmalige ankerpunt/kenniscentrum/koepelorganisatie (er bestond geen eenduidige officiële benaming voor wat het Circuscentrum eigenlijk was) gingen echter alle kanten op. Het waren de pioniersjaren, quoi.

Enter het tweede Circusdecreet, dat vanaf 2021 in werking trad. Circuscentrum werd hierin officieel omgevormd tot sectoraal steunpunt, zoals Kunstenpunt, Faro, Socius en VI.BE. Er kwam een helderder – en dwingender – kader, met duidelijker omlijnde opdrachten en grenzen. De werking moet sindsdien draaien rond vier kerntaken: praktijkondersteuning, praktijkontwikkeling, beeldvorming en promotie. De concrete artistieke acties werden (verplicht) afgebouwd. De landschapstekening was een belangrijke nieuwe beleidsondersteunende actie. Meer onderzoek was noodzakelijk, de internationale uitstraling moest omhoog. Budget om dit allemaal te realiseren: 650.000 euro. Inderdaad, 50.000 euro minder dan de startsubsidie in 2008. Gelukkig kwamen er extra budgetten bij, onder meer om het Vlaamse circus internationaal te promoten. De subsidie steeg op die manier naar 762.000 euro in 2025. Het steunpunt kon voldoende slagkrachtig zijn hernieuwde rol vormgeven.

Dat is ditmaal maar zeer de vraag. Circuscentrum moet een besparing slikken van 15% en ontvangt een karige 650.000 euro per jaar om alle opdrachten uit te voeren. Als je louter de inflatie van het oorspronkelijke bedrag berekent (700.000 euro in 2008, 2% inflatie per jaar), zou Circuscentrum in 2026 minstens 1 miljoen euro moeten krijgen – gewoon om met een gelijkaardige financiële slagkracht als in het startjaar te opereren. Het aangevraagde bedrag was dan ook in die grootteorde. De stagnatie van 650.000 euro voor de komende 5 jaar kan je niet anders zien dan het kortwieken van het steunpunt. Er zullen ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden, zowel inhoudelijk als in de dagelijkse werking, met repercussies voor het volledige veld.

Projecten: ook hier besparing

De uitslagen van de projectsubsidies creatie & spreiding (voor circusprojecten met start in 2026) werden in september bekendgemaakt. Op het eerste gezicht gaat het om mooie bedragen voor ongetwijfeld mooie projecten. Onder meer Be Flat, Boegbeeld (Camille Paycha), Circ Rodini (Katleen Ravoet), Cirkanto (Karen Claessens), Close Call Company (Raff Pringuet), Sinking Sideways, Cirque Mécanique (Joris Janssens) en Hendrik & Co (Danie Jordens) kunnen comfortabel aan hun volgende voorstelling werken.

Maar als we vergelijken met de voorgaande jaren, zien we ook hier een negatieve kentering.

  • 2026: 11 goedgekeurde projecten voor een totaalbedrag 834.385 euro (gemiddeld 75.853 euro per project)
  • 2025: 16 goedgekeurde projecten, totaalbedrag 1.355.555 euro (gemiddeld 84.722 euro per project)
  • 2024: 15 goedgekeurde projecten, totaalbedrag 1.077.000 euro (gemiddeld 71.800 euro per project)
  • 2023: 12 goedgekeurde projecten, totaalbedrag 925.783 euro (gemiddeld 77.148 euro per project)

Zowel het aantal goedgekeurde projecten als het totaalbedrag liggen in deze laatste ronde opvallend lager dan de voorgaande jaren. We weten nog niet hoeveel aanvragers er waren en wat het totaal aangevraagde budget was, maar uit deze cijfers kan je niet anders dan besluiten dat een deel van de groei in structurele subsidies rechtstreeks uit de projectmiddelen komt (vestzak-broekzak).

Het is nu hopen dat de projectmiddelen de komende jaren voldoende stijgen om enerzijds de groeiende artistieke creatie te blijven stimuleren en anderzijds de niet-gehonoreerde structurele aanvragers op te vangen. Bovendien is het nog afwachten hoeveel budget de overheid zal vrijmaken voor de ronde van de (meerjarige) festivals, de individuele beurzen en de internationale reiskosten.

Eén miljoen extra voor de sector?

Enkele uren voor de betrokken spelers wisten of en hoeveel subsidies ze al dan niet kregen, pakte Het Laatste Nieuws op 21 november al uit met een goednieuwsshow over de circussector: ‘Vlaanderen verhoogt steun voor circussector naar 5,3 miljoen euro.’ Dat zou een ‘toename van 1 miljoen euro of 22%’ betekenen.

Ligt het aan Het Laatste Nieuws of aan hun bron, maar deze gegevens kloppen niet helemaal. Die 5,3 miljoen euro verwijst naar het geculmineerde bedrag dat de structurele spelers (zonder Circuscentrum) krijgen. Het gaat niet over het bedrag voor de gehele sector.

De gehele sector kreeg in 2025 (het laatste jaar van de afgelopen beleidsperiode) al ca. 6,4 miljoen euro. Nu wordt dat inderdaad opgetrokken naar bijna 7,4 miljoen euro. Een stijging van ca. 950.000 euro of 15%. Zonder context lijkt dat een fantastische groei. Met context hebben we een trieste dag voor de sector.

Circumstances: “Menselijke drama’s”

Piet van Dycke | Circumstances
Piet van Dycke | Circumstances

“Net als vele andere organisaties vroeg Circumstances structurele middelen aan bij het Circusdecreet. Een motivering van welgeteld twee zinnen vormde onlangs het dramatisch sluitstuk van een lang en intensief traject waar we lange lijnen trokken, maar nog veel langer aan het lijntje werden gehouden. Wij blijven nu verslagen achter en kunnen alleen maar hopen dat het delen van ons traject de menselijke drama’s blootlegt die schuilgaan achter de goednieuwsshow van de voorbije dagen.

Voorjaar 2024. Wij bereiden ons voor om via het Circusdecreet werkingsmiddelen aan te vragen. We stellen ons vragen die elk groeiend gezelschap zich stelt: Is het onze tijd? Kunnen we dit intensieve traject wel aan? Wie betrekken we daarbij? Wat vraagt dit van ons, inhoudelijk én menselijk? Maar ook: Zijn we niet met veel aanvragers? Volgt het beleid de realiteit van onze groei?

Circumstances bestaat sinds 2021 en we namen meteen een vliegende start. De afgelopen vier jaar volgden we deze stroomversnelling, ten koste van onze persoonlijke levens. Maar er is een momentum, dat voelen we allemaal en daarom zetten we de stap. Wij weten dat het een zwaar proces zal worden: gesprekken voeren, cijfers doorgronden, dossiers kneden, partnerschappen smeden, dromen durven uitschrijven. Maar bovenal: onze toekomst vormgeven. Met mensen. Voor mensen. De afgelopen 4 jaar bereikten we met onze producties gemiddeld 30.000 mensen per jaar, van Tienen tot Hong-Kong. We representeerden het Vlaamse circus inmiddels in 19 landen. We worden veel gevraagd en geprezen omwille van de artistieke kwaliteit en professionaliteit. Wat houdt ons tegen? We gaan er voor.

Najaar 2024. De Landschapstekening Circus wordt gepubliceerd: een krachtig signaal dat de sector blijft groeien, verbreden en verankeren. Wij weten dat. Jullie toch ook?

Mei 2025. Ons dossier wordt netjes op tijd ingediend. Een beleidsplan van 109 pagina’s ligt op tafel. In ons voorwoord schrijven we dat we met vertrouwen de toekomst tegemoet gaan. In ons slotwoord drukken we onze hoop uit om dit traject voort te kunnen zetten op een meer menselijke manier. De adviescommissie krijgt een immense opdracht, maar we vertrouwen op hun zorgvuldigheid.

Juli 2025. Ons advies komt binnen. Die is positief. We scoren goed op alle criteria. De inhoud van het advies is lovend. We gaan kunnen ademen, we kunnen middelen krijgen om het werk werkbaarder te maken en de impact van onze organisatie nog te vergroten. We zijn er bijna. Nog even wachten, in september weten we het definitief.

September gaat voorbij. Nog geen nieuws. Misschien wordt er gezocht naar middelen om de groei van de sector te ondersteunen – we zijn immers niet de enige met een mooi advies. Maar dan sluipt er toch onrust binnen. Om de adviezen te volgen is er 6 miljoen euro extra nodig. Een bedrag dat niet uit de lucht valt, maar de logische consequentie is van een bloeiende sector. Toch? We sturen ons pleidooi uit. Dan wachten we verder. En hopen we dat dit het enige noodzakelijke pleidooi zal zijn.

Oktober 2025. Piet (circograaf) legt de laatste hand aan de zaalversie van BEYOND, die intussen sinds juni 100 keer speelde doorheen Europa. Sam (productie) en Jonas (zakelijk) dromen al over de inrichting van ons eigen hoognodige kantoor. Casper (techniek) over de inrichting van onze loods en Joram bereidt zijn instap als onze technisch coördinator voor. We zijn druk bezig en het tempo blijft moordend, maar we bijten nog even door. We hebben nog niet door wat er achter de schermen aan het gebeuren is.

November 2025. We horen geruchten dat onze dromen veranderen in nachtmerries. Toch zien we een blije minister van cultuur. “De makers zullen gespaard worden.” Hoe rijmt haar glimlach met die geruchten? Wanneer weten we of ze waar zijn? Deze week? Volgende week? De week daarna?

En dan is het 21 november 2025. Via een persbericht vernemen we dat Circumstances ondanks positief advies geen middelen zal krijgen, samen met drie andere gezelschappen. Qua communicatie vormt dit het dieptepunt. Wij worden overspoeld door berichten van de brede sector, maar ook van onze vrienden en familieleden. Want ook zij hoopten op meer ademruimte en draagkracht voor ons. Op meer tijd met ons. Iedereen vraagt zich af hoe wij dit nu kunnen voortzetten. Ons momentum is afgepakt. We blijven achter zonder perspectief.”

There There Company: “We maken ons zorgen”

Hanna & Toon | THERE THERE Company
Hanna & Toon | THERE THERE Company

“Ondanks een positief preadvies door de beoordelingscommissie circus in juli, zullen we geen werkingssubsidies krijgen voor de komende vijf jaar. Na 51 dagen extra wachten komt het des te harder aan. We maken ons zorgen. Over onze eigen werking, maar ook over de circussector als geheel.

Het lange uitstel van de beslissing zorgt ervoor dat er heel weinig tijd over blijft om het slechte nieuws te verwerken én onze plannen waar we het afgelopen jaar hart en ziel in hebben gestoken, om te denken. Want dat omdenken zal moeten gebeuren in een context van schaarste. Zullen onze partners, die hun eigen middelen verminderd zien, onze projecten kunnen en willen blijven ondersteunen? Zal onze creatie die start in 2026 in coproductie met fABULEUS kunnen rekenen op projectsubsidies? Zullen de projectsubsidiemiddelen voor 2027 opnieuw verhoogd worden om de continuïteit van de gezelschappen die niet gehonoreerd werden te verzekeren, maar ook de instroom van nieuwe makers niet in te perken?

We pleiten voor duidelijkheid over deze overgangsperiode. Zodat we na deze tegenvaller opnieuw weten waartoe we ons moeten verhouden. En zodat we ons hier als sector rond kunnen herpositioneren, liefst met de solidariteit en circusspirit die onze circussector tot nog toe eigen is.”

Movedbymatter: “Dit is een crash”

Kasper | Movedbymatter | © Michiel Devijver
Kasper | Movedbymatter | © Michiel Devijver

“We gaan sowieso door, maar wel vanuit een veel fragielere positie. We zullen moeten temporiseren, inkrimpen, onze plannen hertekenen. Kleinere teams, scherpere keuzes, minder robuuste creatieprocessen. Maar één ding gaan we nooit doen: inboeten aan artistieke integriteit of aan de zorg voor onze mensen. Dat is de kern van Movedbymatter en dat blijft zo.

Het is eigenlijk een dubbel beeld: er is extra budget, maar veel organisaties gaan er netto op achteruit. We zijn zeker niet de enigen die hier niet blij van worden. Ook bij onze partners, coproducenten en collega-gezelschappen is de teleurstelling groot.

Er komen bovendien een paar structurele problemen en constructiefouten heel scherp naar boven. De timing van het beleid zorgt ervoor dat wie nu naast steun grijpt, minstens een jaar zonder perspectief valt – bij ons zelfs nog langer. Dat creëert een vacuüm dat heel moeilijk te overbruggen is. En ja, er is wel een budgetverhoging, maar die is bijlange niet voldoende om de reële noden te dekken; het veld had minstens zes miljoen extra nodig om de ambities van het beleid waar te maken. De argumentatie van de minister blijft ook erg summier, waardoor het bijna onmogelijk is te begrijpen waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn. En dan was er nog de procedure die meerdere keren werd uitgesteld: wij kregen pas op 21 november uitsluitsel, terwijl 1 oktober was vooropgesteld. Je moet dan al je plannen hertekenen in één maand – in geen enkele sector is dat realistisch. De laattijdigheid zorgt voor chaos. En dat wringt des te meer omdat er van kunstenaars verwacht wordt dat ze professionaliseren, deadlines respecteren, financieel vooruit plannen… Maar diezelfde professionaliteit zagen we in dit dossier niet terug bij de overheid.

Het contrast met wat we twee weken geleden nog meemaakten, kan bijna niet groter zijn. We waren in Rome op uitnodiging van Vlaamse vertegenwoordigers, voor een officiële netwerkavond rond circus in Vlaanderen. Onze voorstelling MYSTICA speelde er op het gerenommeerde Romaeuropa Festival, we werden zelfs mee gepresenteerd door de Belgische ambassadeur, en we mochten programmatoren uitnodigen dankzij Vlaanderen zelf. In september zat diezelfde voorstelling nog in de selectie van het TheaterFestival Vlaanderen. En we zijn niet de enigen uit het circusveld die er stonden. Volgende maand staan we in de Brakke Grond in Nederland om opnieuw het Vlaamse circus te vertegenwoordigen. En toch heeft die internationale profilering blijkbaar geen rol gespeeld in de uiteindelijke beslissing. De symbolische viering en de beleidsrealiteit liggen mijlenver uit elkaar. Het voelt ook alsof er in deze moeilijke periode maar weinig tijd of aandacht was om echt te kijken waar de profilering van een organisatie ligt. Terwijl dat net zorgvuldigheid en tijd vraagt.

Ook voor de beoordelingscommissie is dit een harde noot om te kraken. Zij hebben maandenlang zeer zorgvuldig gewerkt: dossiers bestudeerd, besproken, geëvalueerd. Met respect, met tijd, met aandacht. Dat werk zo naast zich neergelegd zien worden door één budgettaire filter… dat doet pijn. Voor ons, maar zeker ook voor hen.

Minister Gennez legt graag de nadruk op fair practice en mentaal welzijn. Dat is mooi op papier, maar deze procedure – onduidelijk, vertraagd en inhoudelijk onvoldoende onderbouwd – duwt circuskunstenaars en organisaties net opnieuw richting onbetaalde ontwikkeling, onderbetaalde repetities en mentale overbelasting. Ik voel dat persoonlijk heel hard. Als coördinator sta je klaar om door te groeien met je team, en dan krijg je een klap zonder tijd om te schakelen. Dat is gewoon een val. Een crash. De kloof tussen de beleidsvisie en de beleidspraktijk is echt groot. En dan stel je je de vraag: waar moeten circusmakers de draagkracht nog vandaan halen om onder zulke omstandigheden te blijven gaan?”

Sprookjes enzo

“Ondanks een positief beoordeeld dossier werd Sprookjes enzo niet opgenomen in het circusdecreet. We kregen dit nieuws slechts een maand voor de start van de volgende beleidsperiode. Dat zorgde voor een periode van grote onzekerheid, waarin ondertussen toch gespeeld en geproduceerd moest worden. Op 30 november, nauwelijks een week na het bekendmaken van de subsidies, ging onze circusproductie Zee in première in Hasselt. Het was en is niet de makkelijkste tijd om te blijven geloven in onze passie, maar we zijn ervoor gegaan. The show must go on.

Maar onze teleurstelling was groot. Met een positief beoordeeld dossier waar we zelf heel erg in geloofden, hoopten we op structurele ondersteuning. Sprookjes enzo bestaat in mei twintig jaar. We hebben tot vandaag van voorstelling tot voorstelling gewerkt, zelfvoorzienend, voornamelijk met de overschotten van de tournees, aangevuld met Tax shelter en af en toe een projectsubsidie.

Het dossier bood ons de mogelijkheid om onze werking onder de loep te nemen en een manier van werken aan te passen die zijn limieten al een hele tijd had bereikt, zowel op artistiek als op productioneel vlak. De inzet was professionaliseren door te denken op de langere termijn en niet enkel te focussen op de verkoop van het komende seizoen. We werkten artistiek langere bogen uit, gingen duurzame samenwerkingen aan, bouwden wat langere en rustigere repetitieperiodes in met aandacht voor onderzoek en verdieping. We hadden het gevoel in het circusdecreet een thuis te vinden.

We hebben nu het gevoel van terug naar af. Terug naar het ad hoc produceren en het voortdurend op zoek moeten gaan naar nieuwe samenwerkingen. Omdat we geen mogelijkheid krijgen tot het uitbouwen van duurzame en langere samenwerkingen, vallen we terug op ons gekende systeem. Met een dwingend ritme van spelen en creëren dat weinig of geen plaats laat voor vernieuwing en verdieping, twee kwaliteiten die Sprookjes enzo in zich heeft maar niet kan ontplooien. Weg is ook de zuurstof voor de repetities. Een van de speerpunten in ons dossier was de artiesten te verzekeren van langere repetitietijd: we moeten terug naar max. 4 weken i.p.v. de gehoopte (niet eens overdreven) 6 weken. Weg is de tijd om concepten te laten rijpen en vorm te geven. Pietro Chiarenza zal opnieuw zijn tijd moeten verdelen tussen spelen en maken (zijn voltijdse verloning moeten we schrappen). Weg zijn de extra coaches om artistiek te kunnen ontwikkelen en verdiepen. Weg is de extra omkadering op productioneel en communicatief vlak.

Concreet betekent dit dat de in het dossier geplande voorstellingen niet allemaal kunnen worden gemaakt en dat ons al kleine team nog meer onder druk zal komen te staan. Ook met onze partners zullen we nieuwe gesprekken moeten voeren. In plaats van te groeien worden we gedwongen om te verkleinen en in plaats van te vernieuwen zullen we eerder veilige keuzes maken.

De ontgoocheling is groot dat we na 20 jaar niet in onze plannen worden ondersteund. Het aangevraagde bedrag was nochtans klein. Wij zijn daarin (realistisch!) bescheiden gebleven. De sprong die we artistiek en productioneel wilden maken, kwam organisch voort uit onze bestaande werking die haar limiet had bereikt. Het spijt ons heel erg.”

Minister Gennez reageert: “We kiezen voor duurzame groei”

Caroline Gennez
Caroline Gennez

Eén miljoen euro extra in tijden van (culturele) besparing: dat is opmerkelijk. Vanwaar deze keuze om extra te investeren in de circussector?

Vlaams minister van cultuur Caroline Gennez: “Deze Vlaamse regering heeft afgesproken om de overheidsfinanciën op orde te krijgen. Om dat te bereiken moet iedereen zijn duit in het zakje doen. We hebben voor de begroting van 2026 een forse inspanning geleverd. Niet omdat we dat plezant vinden, maar omdat het nodig is om vandaag de publieke financiën op orde te krijgen zodat we ook morgen kunnen blijven investeren in essentiële zaken als cultuur, zorg, en onderwijs. Het klopt dat we er, ondanks die barre financiële tijden, toch voor kiezen om het budget voor circus met 20% te laten stijgen. We doen dat omdat we geloven in de dynamiek en de slagkracht en het potentieel van deze sector. Twee nieuwe gezelschappen stromen mee in en krijgen vanaf nu structurele subsidies. Dat doet recht aan de steeds groter wordende zichtbaarheid en groeiende professionalisering van circus in het kunstenlandschap.

Met ons beleid streven we ernaar om kunst en cultuur terug in het hart van de samenleving te brengen. De bijzondere en unieke architectuur van het circuslandschap draagt daaraan bij: ateliers zijn heel laagdrempelig en kweekvijvers voor talent. Ze hebben een belangrijke sociale functie en lopen op heel wat andere sectoren voor op het vlak van veiligheid voor deelnemers en lesgevers. Daarom hebben we ook extra ingezet op de ateliers.”

De circussector zit al sinds begin 2000 in de lift. En die lift blijft aan een schroeiend tempo stijgen. De budgetverhoging van 1 miljoen komt de facto dan ook neer op een besparing voor veel organisaties. Er was minstens een verhoging van 6 miljoen nodig om tot een eerlijke en solide ondersteuning van deze bloeiende en succesvolle sector te komen. Waarom is het zo moeilijk om het totaalbedrag voor circus voldoende hoog op te trekken zodat de historische achterstand wordt weggewerkt en de huidige realiteit ook in financiële middelen wordt weerspiegeld?

“We erkennen zeker dat de vraag en de behoefte groter waren dan de beschikbare budgetten. De gewenste verhoging van 6 miljoen betekent meer dan een verdubbeling op een jaar tijd. Dat is gezien de maatschappelijke en bredere context niet alleen onrealistisch, maar de vraag is nog maar of dat ook echt wenselijk is. Als we willen dat groei duurzaam is, moet die geleidelijk gaan. Hadden we het budget verdubbeld, dan kregen we op korte termijn heel blije gezichten, maar op middellange termijn zou de professionaliseringsgraad van de sector niet corresponderen met het beschikbare budget. Tegelijk is Circus één van de weinige segmenten in het cultuurbeleid waar we vanaf 2026 effectief groei realiseren.

Als de middelen beperkt zijn, dan komt het erop aan om keuzes te maken. We hebben ons hierbij laten leiden door een aantal principes. Een eerste principe waren de adviezen van de beoordelingscommissies - die adviezen hielden evenwel geen rekening met het beschikbare budget. Het is dus aan het beleid om de adviezen af te stemmen met het budget. Ook landschapszorg is in het circusdecreet niet de opdracht van de beoordelingscommissies. Uit de adviezen konden we wel de vraag en wens van de commissies lezen om de ateliers te versterken en instroom te realiseren bij de gezelschappen, naast de consolidering van de werkplaatsen. Dat doen we. Vanuit de landschapstekening nemen we het principe mee dat we op dit moment de unieke architectuur en structuur van het veld moeten behouden. Dat doen we nu ook. We kiezen dus niet voor “verschroeiende groei”, maar voor geleidelijke, meer duurzame, groei die de uniciteit van de sector versterkt en de onzekerheid verlaagt.”

De enige deelsector binnen circus die niet (of toch minder) geremd wordt in de groei, is die van de circusateliers: twee nieuwe ateliers krijgen een erkenning, alle andere ateliers gaan er financieel op vooruit. Is dit een gerichte keuze? Zo ja, waarom?

“Dat is absoluut een gerichte en bewuste keuze. Zoals hiervoor al gezegd geloven we dat de Ateliers een belangrijke sociale functie hebben, en heel inclusief en laagdrempelig werken in het midden van de samenleving. Ze zijn kweekvijvers van nieuw talent en lopen op een aantal onderwerpen, zoals leiderschap en veiligheid op de vloer, vaak voorop in vergelijking met andere segmenten van de cultuurwereld. We volgen hiermee ook helemaal de aanbevelingen van de commissie. De ateliers gaan er allemaal met minstens 20% op vooruit. We duwen hier dus op de gas in plaats van op de rem.”

Vier gezelschappen met een (erg) positief advies krijgen toch geen structurele subsidie. Op basis van welke criteria werden deze gezelschappen niet weerhouden?

“Het budget was eenvoudigweg niet toereikend. De commissies hebben hun werk uitstekend gedaan, maar kregen bij hun beoordeling geen budgettair kader mee. De keuze was dan om het beschikbare budget uit te spreiden over alle organisaties, maar dan zouden zij elk een bedrag hebben gekregen dat ver onder een leefbaar minimum ligt; of om zoveel mogelijk vragen te honoreren, maar ervoor te zorgen dat de leefbaarheid gegarandeerd kan worden. Het feit dat structureel ondersteunde gezelschappen geen beroep kunnen doen op projectsubsidies was hier ook een bijkomende factor. Er is dan gekozen voor structurele instroom van twee nieuwe gezelschappen.”

Voor de structurele aanvragers die uit de boot vallen, is het te laat om nog projectsubsidies voor 2026 aan te vragen. Heeft de minister een vangnet in gedachten? Op welke manier kan de continuïteit van hun waardevolle werking & artistieke creaties gewaarborgd worden?

“We begrijpen absoluut dat dit niet het ultieme antwoord is en ook geen oplossing voor de uitdagingen waarvoor deze gezelschappen staan. Tegelijk zijn we ook overtuigd van de creativiteit van die organisaties. Het zijn in de meeste gevallen jonge en veerkrachtige gezelschappen. In het regeerakkoord is afgesproken om het circusdecreet te evalueren. Dat vraagt evenwel wat tijd. We hopen hier in de loop van 2026 mee te landen. Ondertussen kunnen organisaties zeker projectsubsidies aanvragen binnen het circusdecreet, binnen het kunstendecreet, binnen het bovenlokaal cultuurdecreet, bij verschillende lokale overheden.”

Ook Circuscentrum zit in de hoek waar de klappen vallen. Er moet drastisch bespaard worden. Personeel zal verdwijnen, acties afgeschaft of gedownsized. Niet enkel voor Circuscentrum zelf is dit een drama, het zal ook repercussies hebben voor de gehele circussector. Vanwaar komt de keuze om het steunpunt zo hard aan te pakken? Is het louter een besparingsoefening? Of zijn er andere redenen? En denkt de minister dat het steunpunt met dit bedrag alle (verplichte) opdrachten naar behoren kan uitvoeren?

“Binnen cultuur stonden we voor de keuze: gaan we besparen op de makers, de kunstenaars – dat zijn de ateliers, de werkplaatsen en de gezelschappen in de circussector – of gaan we besparen op de bovenbouw en structuren? We hebben voor dat laatste gekozen. Steunpunten absorberen in het algemeen een flink deel van de besparingen. Dat wil niet zeggen dat we de werking van steunpunten niet belangrijk vinden, maar wel dat we de werking en het versterken van de rest van het veld belangrijker vinden. Dit zijn geen lichtzinnig genomen beslissingen.

Met het Circuscentrum wordt een nieuwe beheersovereenkomst afgesloten. Op basis van het toegewezen budget zullen er inderdaad keuzes gemaakt moeten worden. Die keuzes liggen in de eerste plaats bij het Circuscentrum zelf, maar we gaan vanuit de overheid wel in gesprek met hen om samen te komen tot een werkbaar plan en een nieuwe beheersovereenkomst. Dat kadert ook in een nieuwe visie die de Vlaamse Regering momenteel ontwikkelt op de hele bovenbouw in het culturele landschap. Die oefening is gestart en we willen de eerste scenario’s presenteren in de loop van volgend jaar.”

  1. ^ Vergelijking van de reëel toegekende subsidies voor de circussector (structureel + project) in 2025 vs. de gecommuniceerde resultaten voor 2026. Let op, dit zijn geen finale bedragen. Voor 2025 moeten de subsidies voor Internationale reiskosten en Invidivuele beurzen nog bekendgemaakt worden. Voor 2026 moet die ronde nog komen.
  2. ^ Een dossier indienen op basis van het Circusdecreet van 1 maart 2019 kon voor het eerst in 2020, voor projecten en initiatieven die startten vanaf 2021 en voor de structurele subsidies 2021-2025.
  3. ^ De resultaten staan sinds dinsdag 25 november gepubliceerd op https://www.vlaanderen.be/cjm/nl/cultuur/circus/gesubsidieerde-initiatieven. De rechtstreeks betrokkenen kennen hun uitslag sinds vrijdag 21 november.
  4. ^ Voor 2026 gaat het in totaal om 7.356.243 euro (5.943.700 euro werkingsmiddelen + 1.412.543 euro projectmiddelen)

    Auteur: Maarten Verhelst
    Dit artikel verscheen in Circusmagazine #85 (december 2025)