Het gevoel binnen onze werking is uiteraard dubbel. We hebben een lang en intensief traject gelopen om onze transitie van atelier naar werkplaats doordacht vorm te geven met o.a. trajecten die artiesten in alle verschijningsvormen ondersteunen om duurzaam te groeien in hun creatieproces, hun circusloopbaan in handen te nemen en met elkaar in verbinding te treden. Dat we nu de erkenning krijgen om die rol vanaf 2026 ook officieel op te nemen is voor ons een belangrijke stap vooruit.
Het plan dat we in mei indienden – en dat over de hele lijn positief beoordeeld werd – is een straf en ambitieus document waar we fier op zijn. De commissie omschreef het als “helder en performatief” en “goed inspelend op hiaten in het veld met doordachte oplossingen”. Maar met de werkingsmiddelen die we toegekend kregen moeten we nu – 6 weken voor aanvang van de nieuwe beleidsperiode – opnieuw richting tekentafel. Om uit te zoeken hoe die performatieve plannen alsnog impact kunnen hebben met een budget dat 40% lager ligt dan voorzien, binnen een sector waar alles opnieuw bekeken en berekend wordt. Dat is ook pijnlijk. Een gevoel dat de andere structurele spelers niet vreemd zal zijn.
De voorbije 5 jaar hebben we onszelf als sector op de kaart gezet. Gedreven organisaties kregen versterking van zakelijke profielen, communicatieve strategen en productionele duizendpoten. We hopen oprecht dat deze budgettaire krapte geen voorbode is van een braindrain. Maar de grootste uppercut gaat uiteraard naar de gezelschappen die het bericht kregen dat ze – ondanks hun palmares en positieve adviezen – volledig uit de boot vallen. Dat raakt niet alleen hen, maar het hele veld. Als sector staan we voor de opdracht om alsnog manieren te vinden om deze makers te ondersteunen, zodat waardevol artistiek potentieel niet verloren gaat.
Voor wij die circus zijn
De droom is niet voorbij
We vinden elkaar wel weer
Hoog of laag tij
Voor zij die circus kijken
Draai je ogen niet weg
Blijf kijken
We doen ons best
We stellen vast dat we ons werk tot op zekere hoogte kunnen verderzetten en daar zijn we blij om. Toch is er ook een keerzijde: het toegekende bedrag – een status quo ten opzichte van 2025 – is onvoldoende om de ambities uit onze beleidsnota waar te maken.
Wanneer we onze werking in een breder perspectief plaatsen, zien we bovendien een duidelijk onevenwicht: de toegekende middelen staan in schril contrast met de impact van onze werking op het veld.
Door de combinatie van indexering, inflatie en de recente besparingen bij Stad Leuven, zullen we de komende beleidsperiode in de praktijk minder werkingsbudget overhouden om artiesten te ondersteunen en circus te programmeren. We hebben de indruk dat we, net als vele andere structureel gefinancierde organisaties, slechts met de neus boven water mogen verder watertrappelen. Dat is pijnlijk, want veel van onze geplande acties speelden net in op acute noden uit het veld. Denk bijvoorbeeld aan projecten rond artistiek onderzoek en reflectie; thema’s waar volgens de Landschapstekening veel behoefte aan is, maar die we nu niet of slechts gedeeltelijk kunnen realiseren.
Als we naar het grotere plaatje kijken, begrijpen we de keuze om in krappe budgettaire tijden de bestaande werkplaatsen te consolideren. Maar onze bezorgdheid ligt vooral bij de gezelschappen die net naast structurele middelen grijpen. Het artistieke circusveld heeft de afgelopen jaren een enorme kwaliteitssprong gemaakt, zowel in professionalisering als internationalisering. Veel makers hebben alles gegeven – en zijn daarbij wellicht over hun limieten gegaan – in de veronderstelling dat de situatie tijdelijk was en er perspectief was op structurele steun.
Dat die groei nu voor velen wordt belemmerd omdat ze net dat cruciale kantelpunt missen, is een gemiste kans voor de hele sector. Ik hoop dat we de komende tijd onze weerbaarheid kunnen tonen en samen op zoek kunnen gaan naar manieren om onze sector te blijven ontwikkelen.
Een spanningsboog opbouwen kunnen we bij uitstek in onze sector. De minister ook, hebben we ondervonden tijdens het lange wachten op haar subsidiebeslissing. Na hoop en ongeduld kwam opluchting: Miramiro is opnieuw erkend. Het is echter geen ‘hoera’. De geadviseerde budgetverhoging krijgen we niet.
De duurzame ontwikkeling van de circussector, een gestaag succesrijk groeipad voor bestaande werkingen, instroom van nieuwe stemmen, daaraan hebben we als veld de voorbije jaren hard kunnen werken, met enthousiasme en goedkeuren van de Vlaamse overheid. Het beleid wakkerde de zorgvuldige opbouw aan en juichte onze werkplaatsambities en -innovaties toe, expliciet nog in het jongste advies van de expertencommissie. De recente beslissingen brengen ons op een vals plat, licht afwaarts hellend zelfs, want stijgende kosten dwingen ons om in te binden.
Net als velen krijgt Miramiro geen ruimte voor groei. Integendeel, we zullen delen van onze werking moeten afbouwen: minder residenties, begeleidingen, trajecten, ruimte om risico te nemen. We zullen selectiever moeten zijn in welke artiesten en projecten we ondersteunen. Onze vele samenwerkingen worden herbekeken. Ook in de publiekswerking en omkadering zullen we moeten terugschakelen. Dat schuurt, want de rol van de werkplaatsen is net om motor te zijn van ontwikkeling, vrijplaats voor divergent creatief onderzoek en verdieping, om tijd te bieden voor vallen en opstaan, om een duurzame partner te zijn voor makers.
Op sectorniveau zijn de beslissingen zorgwekkend. Vier van de negen positief geadviseerde gezelschappen vielen uit de boot. Geen enkele geadviseerde verhoging is gevolgd. Het Circuscentrum snoert de broeksriem 15% harder aan. Het sterk momentum dat werd gecreëerd met de investeringen van de Vlaamse Overheid de afgelopen jaren komt abrupt tot stilstand. Er is een sluipende afbouw ingezet. Een klein lichtpunt zijn de ateliers die een beetje worden versterkt en aangevuld met twee nieuwe erkenningen. Voor veel artiesten die al jaren hun grenzen overschrijden uit passie voor hun vak en liefde voor het publiek, voelt dit niet als een compensatie.
We kijken bezorgd naar de toekomst, de projectronde komende maart op kop. Om het circusecosysteem te bewaren, is stabiliteit op lange termijn en perspectief op groei essentieel. Een samenleving zonder circus is een samenleving zonder hoop. Zonder antidotum tegen het teveel aan sombere dagelijkse waan.
Eén miljoen extra. Goed voor 20% verhoging van de middelen voor de bestaande ateliers en één circuswerkplaats, twee ateliers en twee gezelschappen die voor het eerst een werkingssubsidie krijgen. Het stemt overeen met wat in de begrotingstoelichting van 24 oktober 2025 omschreven stond als “de versterking van de atelierwerkingen en de consolidering van het landschap”. Extra, versterking, consolidering. Klinkt goed. Maar in de praktijk is het een slap in the face. 21 november 2025 kan de geschiedenis in als de dag waarop het Vlaamse circuslandschap weer op dieet werd gestuurd.
Van versterking is in de praktijk geen sprake. Een sector die de afgelopen jaren professionaliseerde, na een periode van historische ondersubsidiëring, stapelde naar het einde van de huidige beleidsperiode de tekorten op. Gezien veelvuldige loonindexeringen en inflatie volstonden de middelen al een tijd niet meer om de gerealiseerde professionalisering te handhaven. In menig beleidsplan werd dit aan de kaak gesteld en motiveerden de organisaties na veelvuldig overleg met hun stakeholders hoe ze de verdere professionalisering zagen en wat ze nodig hadden om de circussector verder te doen groeien. Die zakelijke en inhoudelijke realiteit, om nog maar te zwijgen van de vele beleidsplannen en jaarverslagen, werd echter door de minister compleet genegeerd. De consolidering leidt ertoe dat organisaties moeten afbouwen en de 20% versterking van de atelierwerking dekt nauwelijks de sterke stijging van de kosten, waardoor ateliers moeten snijden in activiteiten en/of de kosten moeten doorrekenen aan families en leden.
Uiteraard is de uitbreiding van het aantal organisaties een goede zaak. De diversiteit in ons Vlaamse circusveld is rijk en een voorbeeld voor andere sectoren. Maar gezien de vlakke verhoging voor ateliers of vlakke bestendiging van de rest, kan je je de vraag stellen wat we eigenlijk de afgelopen maanden en jaren hebben gedaan. De toegekende middelen staan los van de goede of slechte werking van de circusorganisaties, hun strategische visie voor de komende jaren of de kwaliteit en beoordeling van het concrete plan dat ze daarvoor opstelden. Niet dat de moeite voor niets is geweest, we hebben onze werking tegen het daglicht gehouden en een toekomst uitgestippeld. Maar inhoudelijk zo miskend worden is zuur. Als we dat hadden geweten hadden we onze tijd in iets veel nuttigers kunnen steken. Extra activiteiten, extra voorstellingen etc.
Wat we voor de komende beleidsperiode nodig hebben is een circusdecreet met visie. Een nieuw kader opgesteld in nauwe samenspraak met de sector en de overlappende beleidsdomeinen zoals kunsten, jeugd en welzijn. Een decreet dat circusorganisaties een solide houvast biedt, absolute duidelijkheid en duurzaam perspectief schept, én transparante evaluatiecriteria hanteert en respecteert. Bovenal moet dit decreet rechtszekerheid garanderen, zodat de sector binnen vijf jaar niet andermaal, kort voor de afsluiting van het boekjaar, geconfronteerd wordt met budgettaire verrassingen of beleidsmatige onzekerheid.
Side-Show kreeg van de minister een bestendiging van de middelen en het duidelijke signaal om zich enkel op creatie en spreiding te richten. De artistieke ontwikkeling die ervoor zorgde dat we onze voorstellingen maakten voor een neurodivergent publiek wordt niet belangrijk geacht. Daar krijgen we althans geen middelen voor. Nee, zie maar dat je meewerkt aan de ‘verdere internationalisering’, zoals in het regeerakkoord staat. Met een budget dat door inflatie in reële termen minder waard is, in een Vlaams podiumkunsten ecosysteem dat zelf de tering naar de nering moet zetten, én een internationaal landschap waar de subsidiesignalen evenzeer alarmerend zijn. Voor ons betekent het dat we de complexe financiering van eigen middelen, coproducties en taxshelter nog verder moeten uitpersen. Om nog maar van onze draagkracht te zwijgen. Minder personeel, meer freelance contracten, meer precariteit. Versterking en consolidering, zegt u?
En toch zijn we dankbaar voor de zekerheid de komende vijf jaar. In een economische context waar andere organisaties het met niets of minder moeten doen krijgen we een kans om ons werk voor een neurodivergent publiek en de toegankelijkheid van de podiumkunsten verder te verbeteren. Maar dat neemt niet weg dat we ook diepdroevig en zelfs zeer boos zijn als we het bredere plaatje bekijken. Het doet pijn om te zien dat onze sector nog steeds met zo weinig respect behandeld wordt.
Circusmagazine is het driemaandelijks tijdschrift voor de circuskunst. Op eigentijdse wijze bericht het over verleden, heden en toekomst van de circuswereld in Vlaanderen and beyond.
Abonneer je hier