Kan een acrobaat een diplomaat zijn? In China wel. Circushistoricus Pascal Jacob toont hoe keizers, partijleiders en premiers de acrobatie al eeuwenlang inzetten om te verleiden, te overtuigen en te veroveren, van de Perentuin tot het Witte Huis.
Acrobatie is een duizenden jaren oude kunstvorm, en China is een van haar rijkste bakermatten. Haar oorsprong ligt in mythen en legenden, gevoed door de heldendaden van uitzonderlijke strijders die niet aarzelden magie en vechtkunst te combineren om hun tegenstanders te verslaan. Het eigenlijke verhaal begint onder de Han-dynastie (206 v.Chr. – 220 n.Chr.). In 108 v.Chr. laat keizer Wudi een inventaris opmaken van alle kunstvormen die in zijn rijk bestaan. Deze Theorie van de Honderd Vermaken legt de basis voor een kaart van het Chinese vertier en getuigt vooral van de levenskracht van de acrobatische spelen.
Toch duurt het tot de Tang-dynastie (618–907) voor de acrobatie een nieuwe impuls krijgt. Rond 714 richt keizer Xuanzong de Perentuin op, en daarmee wordt het doorgeven van de kunst een zaak van de staat. In de beslotenheid van binnenplaatsen en tuinen wordt de elite van de acrobaten opgeleid. Deze mannen en vrouwen, die voortaan Sānyuè heten in plaats van Baixi zoals onder de Han, zijn de ‘studenten’ van de eerste school in zijn soort in de geschiedenis van de mensheid. Maar het is wel degelijk ook een politiek gebaar: de keizer verschaft zich zo een bijzonder doeltreffend wapen voor culturele propaganda.
Die politieke dimensie zal de Chinese acrobatie nog lang tekenen. De sluiting van de Perentuin in 1727, ruim veertig jaar voor de geboorte van het moderne circus in Engeland, brengt de ontwikkeling bruusk tot stilstand. Toch sterft de acrobatie nooit helemaal uit. In oktober 1950, een jaar na de stichting van de Volksrepubliek, worden de beste artiesten die nog actief zijn, uitgenodigd om op te treden tijdens de officiële vieringen van haar eerste verjaardag. Dan valt ook de beslissing om de Nationale Acrobatische Troep van China op te richten. Het succes van de voorstelling leidt tot de oprichting van meerdere troepen. Zij moeten een netwerk over het hele land uitbouwen en deze nieuwe ‘tak’ van wat later de Honderd Bloemen-politiek zal heten in de kijker zetten: het opbloeien van een nieuw China, een bron van wonderen die uit het volk zelf voortkomen.
Een jonge artiest die de meest wonderlijke evenwichten beheerst, belichaamt beter dan woorden de moed, de discipline en het doorzettingsvermogen van een hele natie.
Met de oprichting van de troepen van Shanghai, Chongqing en Shenyang in 1951, binnen enkele maanden na elkaar, en daarna die van Dalian in augustus 1952 en Wuhan in september 1953, begint de vernieuwing van de Chinese acrobatie. Ze staat voortaan ten dienste van een staat die met een groot deel van de wereld diplomatieke banden wil smeden. De tournees worden het speerpunt van een strategie onder leiding van premier Zhou Enlai. De taal van de acrobatie is universeel. Een jonge artiest die, zichtbaar kwetsbaar, de meest wonderlijke evenwichten beheerst, belichaamt, beter dan woorden ooit kunnen, de moed, de discipline en het doorzettingsvermogen van een hele natie.
Al in de jaren vijftig trekt de China Acrobatic Troupe op lange tournee door de Sovjet-Unie en enkele volksdemocratieën, om de banden binnen het socialistische blok aan te halen. Achter die naam gaan artiesten van verschillende troepen schuil, verenigd onder één vlag. Enkele jaren later trekken Chinese troepen erop uit om pas onafhankelijk geworden landen, vooral in Afrika en Zuidoost-Azië, voor zich te winnen.
Vandaag zijn er nog altijd meer dan honderd troepen actief. Hun ontwikkeling volgt vanzelfsprekend die van het hele land, en bevestigt hoe belangrijk de culturele hefbomen zijn die China altijd heeft ingezet om potentiële partners te verleiden. Neem het Chinese nationale acrobatengezelschap, dat in 1956 als ‘Circus van Peking’ door West-Europa toert, onder meer in Nederland en België: het is een slimme manier om via kunst en cultuur de geopolitieke blokkade van de Koude Oorlog te omzeilen. Zhou Enlai is de architect van een ‘volksdiplomatie’ die een positief en vooral vreedzaam beeld moet geven van een China dat velen wantrouwen. De tournee in Nederland is slechts de eerste etappe van een reis door Europa, waarmee wordt afgetast waar allianties mogelijk zijn, onder meer met Zwitserland en de Bondsrepubliek Duitsland. Om het publiek niet voor het hoofd te stoten, en vooral om de Chinese moderniteit te tonen, houdt Zhou Enlai zelf een oogje in het zeil bij de keuze van de nummers. Hij verbiedt alles wat hij grof of vulgair vindt, zoals zwaardslikken en andere kermiskunsten. Dat een vooraanstaand politicus zich bemoeit met de vorm van de voorstellingen die hij wil exporteren, zegt veel over het belang dat hij eraan hecht. Eigenlijk blaast hij de oude mythe van het Trojaanse paard nieuw leven in, in een onvermoeibare zoektocht naar nieuwe bondgenoten.
President Richard Nixon en zijn vrouw Pat ontvangen leden van de Acrobatische Troep van Shenyang in het Witte Huis, 12 januari 1973. Midden in de Koude Oorlog worden symbolisch de eerste stappen gezet naar een Chinees-Amerikaanse vriendschap.
De ‘acrobatische diplomatie’ bereikt haar hoogtepunt in 1972, wanneer president Richard Nixon China bezoekt en in Shanghai een voorstelling van de stedelijke troep bijwoont. Later dat jaar vliegt de troep van Shenyang naar Noord-Amerika. De tournee begint in Canada en gaat van december 1972 tot januari 1973 verder in de Verenigde Staten. De aftrap vindt plaats in het Civic Opera House in Chicago, een prestigieuze zaal en het mooiste decor dat men zich kan wensen voor de buitengewone kunststukken van de veertig artiesten. Daarna volgen, meestal voor uitverkochte zalen, Indianapolis, New York en ten slotte Washington. Daar ontvangen president Nixon en zijn vrouw op 12 januari 1973 de acrobaten en leiders van de troep officieel in het Witte Huis. Zo worden, midden in de Koude Oorlog, symbolisch de eerste stappen gezet naar een Chinees-Amerikaanse vriendschap. Het repertoire is een mooi uitstalraam van klassieke disciplines die het westerse publiek nog helemaal niet kent. Van een indrukwekkende Pagode van Kommen tot een spectaculaire Leeuwendans: elk nummer wordt begeleid door een orkest van twaalf traditionele muzikanten, wat de voorstelling een uitzonderlijke klankkleur en een uniek karakter geeft. Na de Verenigde Staten reist de troep door naar Mexico, Chili en Peru. Ook daar oogst ze een enorm succes en helpt ze diplomatieke en ideologische banden te smeden of te versterken.
Al sinds de erkenning van de Volksrepubliek China en haar toetreding tot de VN op 25 oktober 1971 stellen de leiders zich steeds verder open voor de rest van de wereld. De acrobatie wordt daarbij volop ingezet om het Chinese model wereldwijd uit te dragen. De acrobatische troepen zijn de krachtige artistieke weerspiegeling van een doeltreffende politieke visie. Na de dood van Mao Zedong in 1976 verandert hun rol snel. Van zuiver propagandamiddel worden ze een lucratief exportproduct, in lijn met de economische hervormingen die Deng Xiaoping vanaf 1978 doorvoert. Drie jaar later schrijft de jonge acrobate Dai Wenxia geschiedenis. Op het 5de Festival Mondial du Cirque de Demain in Parijs, in de piste van het Cirque Gruss, brengt ze een fantastische Pagode van Glazen. Het nummer is gebaseerd op contorsie, maar wordt nog complexer door de kleine dienbladen met tientallen kristallen glaasjes die ze op haar voeten, handen en hoofd in evenwicht houdt. Zoiets was nog nooit vertoond. Met haar gratie en de vloeiendheid van haar bewegingen ontroert ze de jury diep. Ze wint een gouden medaille, de eerste in een lange reeks prijzen die Chinese artiesten weldra op festivals over de hele wereld zullen behalen, zoals de Gouden Clown van Li Liping in Monte Carlo in 1983.
Plots is China niet langer de leverancier van aangenaam exotisch vermaak, maar een geduchte concurrent. Het volgende decennium is beslissend en luidt een nieuwe fase in voor het model dat Zhou Enlai had gesmeed. Deng Xiaoping had de toon al gezet met de beroemde oproep die hem wordt toegeschreven: “Rijk worden is glorieus.” De enorme economische groei van de jaren negentig leidt onvermijdelijk tot een diepe roepingscrisis. Acrobaat worden is niet langer zo begeerd als vroeger, en gezinnen kiezen voortaan liever voor ‘rendabelere’ studies voor hun kinderen. Zo voltrekt zich een symbolische verschuiving van propaganda naar winst. Het uitstalraam van China rekent niet langer op de virtuositeit van zijn evenwichtskunstenaars om te verleiden, maar op zijn technologische creativiteit om te veroveren.
De nieuwe openheid brengt machtige promotoren ertoe westerse makers, zoals Franco Dragone, aan te trekken om voorstellingen in China te maken.
De nieuwe openheid brengt machtige promotoren als Melco in Macau en Wanda op het Chinese vasteland ertoe westerse makers aan te trekken voor gigantische spektakels in buitengewone, speciaal daarvoor gebouwde theaters. In opdracht van Wanda ontwerpt de Britse architect en scenograaf Mark Fisher twee uitzonderlijke zalen, in Wuhan en in Xishuangbanna. Franco Dragone maakt er twee sterk verschillende voorstellingen, elk nauw verbonden met de eigen omgeving. Met deze nieuwe revolutie, artistiek en technisch, bevestigt China op een andere manier zijn wereldwijde dominantie.
Toch zijn de leiders de grondbeginselen van hun geschiedenis duidelijk niet vergeten. In 2021, voor de officiële vieringen van honderd jaar Chinese Communistische Partij, krijgen verschillende acrobatische troepen royale subsidies voor historische voorstellingen waarin acrobatie het verhaal kracht bijzet. De Slag om Shanghai, gemaakt door de troep van de stad, is een spectaculaire versmelting van genres. Projecties, bewegende decors en fysieke prestaties staan in dienst van het verhaal, en parkour, een stedelijke en uitgesproken hedendaagse discipline, zorgt voor een onvergetelijke scène. In Chongqing dient een zeer populaire spionageroman, Een paar geborduurde schoenen, als kader voor de voorstelling die de overheid bestelde. Het boek werd in 1958 geschreven maar mocht niet verschijnen. Tijdens de Culturele Revolutie circuleerde het clandestien, daarna verscheen het voor het eerst in een tijdschrift, en pas in 2002 kreeg het zijn definitieve versie. Het verhaal speelt zich af in de herfst van 1949, in de laatste dagen voor de bevrijding van de stad, die bezet was door het leger van de Kwomintang. De talrijke plotwendingen vormen een ideale verhaallijn voor de acrobatische troep, die er een groots visueel fresco vol krachtige beelden van maakt.
Deze producties brengen een dubbele herinnering tot leven. Ze grijpen terug naar de beginjaren van de troepen na 1950, en geven hun moderniteit extra diepgang door ze te verbinden met de geschiedenis die aan hun oprichting ten grondslag lag. Een fascinerende ‘dubbele lus’, die ondubbelzinnig toont hoe sterk acrobatie de collectieve verbeelding voedt. Welke vorm ze ook aanneemt, acrobatie blijft de basis van de culturele propaganda van een staat die even alert en lenig is als… een acrobaat!
Auteur: Pascal Jacob
Elk jaar zoomt Circuscentrum in op een thema dat leeft in de circussector én daarbuiten. In 2026 onderzoeken we onder de noemer Circus & Democratie de relaties tussen circus, macht en samenleving. Van clownactivisme en verzet tot circus onder autoritaire regimes: via analyses, opinies, interviews en good practices volgen we de politieke sporen van circus in Vlaanderen tot ver daarbuiten.
Ontdek ook de andere artikels binnen ons jaarthema Circus & Democratie.
Circusmagazine bericht op eigentijdse wijze het over verleden, heden en toekomst van de circuswereld in Vlaanderen and beyond.
Lees het hier