Programmaboek De lantaarn van Diogenes, Bibliothèque nationale de France
©Pascal Jacob

Is circus louter vermaak, of altijd ook een beetje politiek? Circushistoricus Pascal Jacob toont hoe de piste in Amerika uitgroeide tot een spiegel van haar samenleving, van Barnums tenten tot clowns die betogingen van de Ku Klux Klan ontmijnen. Een geschiedenis van macht en verzet.

Circus als spiegel van de Amerikaanse democratie

Het moderne circus ziet het licht in 1768, ruim twintig jaar voor de Franse Revolutie en de sociale en politieke omwentelingen die daarop volgen. In Engeland en Frankrijk verandert het aanbod snel: wat begint als een reeks paardennummers en acrobatische toeren, groeit uit tot echte verhalen in de vorm van pantomimes. De vaste circusgebouwen beschikken over twee speelruimtes naast elkaar, een podium en een piste, en lenen zich daardoor uitstekend om veldslagen na te spelen. Aan beide kanten van het Kanaal worden zulke spektakels een bijzonder doeltreffend propagandamiddel.

Programmaboek De lantaarn van Diogenes, Bibliothèque nationale de France
©Pascal Jacob

Vanaf 1807 maakt de familie Franconi circus in Frankrijk populair. Ze staat dicht bij de macht en zet haar kunst graag in om de veldtochten van Napoleon te rechtvaardigen. Haar eerste voorstelling, De lantaarn van Diogenes, is een pantomime ter ere van de keizer. In het verduisterde circus dwaalt een acteur rond als de Griekse filosoof die met zijn lantaarn op zoek is naar een echte mens. Hij beschijnt onder meer de bustes van Caesar en Alexander de Grote, maar er gebeurt niets. Pas wanneer hij bij de buste van Napoleon komt, baadt de zaal plots in het licht: Diogenes heeft de Mens in al zijn grootsheid gevonden. Ook Eugène de Beauharnais, de stiefzoon van Napoleon, neemt geregeld rijlessen in de piste, wat de bijzondere band tussen de ruiters en het keizerlijke hof in de verf zet. Daarnaast organiseren de Franconi’s grote spektakels, onder meer op het Champ de Mars in Parijs, telkens om Napoleon en zijn overwinningen te vieren.

Gilbert Stuart, John Bill Ricketts, ca. 1795–1799. National Gallery of Art, Washington.
Gilbert Stuart, John Bill Ricketts, ca. 1795–1799. National Gallery of Art, Washington.
John Bill Ricketts sticht in 1793 het eerste Amerikaanse circus

In Engeland gebeurt grotendeels hetzelfde. In november 1789 brengt Astley’s Amphitheatre het spektakel The Capture of Quebec, dat dertig jaar na de beslissende slag de overwinning van de Britse troepen viert. Met zulke levendige historische taferelen groeit circus uit tot een krachtige echo van de wereld, die mensen uit alle lagen van de bevolking weet te raken. Vrijwel vanaf het begin verbindt het circus zijn lot met de macht in de landen waar het zich vestigt en ontwikkelt. Zo richt de Engelsman John Bill Ricketts in 1793 het eerste Amerikaanse circus op. Volgens de kroniekschrijvers van die tijd onderhoudt hij zelfs nauwe banden met president George Washington. Zulke banden met de macht, of ze nu echt bestonden of vooral symbolisch waren, tonen dat circus meer is dan het onschuldige vermaak waarvoor we het vaak houden. Het is een kunstvorm die zich, naargelang de periode, zowel tot de elite als tot het brede volk richt, en tot jong en oud.

Het leven is een circus

In Amerika maakt het circus zich los van de Europese familietraditie en de belangen die daarbij horen. Het wordt een zaak van zakenlui en een bron van buitengewone winsten. Boegbeeld Phineas Taylor Barnum, de grondlegger van The Greatest Show on Earth, blijft de verbeelding van de Amerikanen voeden en drukt zijn stempel op talloze moderne ontwikkelingen, zoals de taal van de reclame. Barnum heeft een haast ‘politieke’ kijk op zijn onderneming: door zijn tenten te vergroten en de toegangsprijzen laag te houden, kan iedereen, of bijna iedereen, zich twee uur lang komen verwonderen. En er nog veel langer van dromen.

In 1912 richt een groep vrouwen uit het gezelschap, geïnspireerd door de Engelse suffragettes, de Barnum & Bailey’s Circus Women’s Equal Rights Society op.

Barnum & Bailey: Miss Katie Sandwina
©2026 eMuseum

Omdat het circus zowel op het platteland als in de stad floreert, weerspiegelt het ook de maatschappelijke veranderingen van zijn tijd. In 1912 richt een groep vrouwen uit het gezelschap, geïnspireerd door de Engelse suffragettes, de Barnum & Bailey’s Circus Women’s Equal Rights Society op. Ze voeren campagne voor het stemrecht, binnen het gezelschap en daarbuiten. De eerste bijeenkomst vindt plaats in de menagerie van het circus in Madison Square Garden, onder leiding van kunstrijdster Josephine DeMott Robinson en met de steun van de sterke vrouw Katie Sandwina. De vereniging telt al snel meer dan achthonderd leden. Aanvankelijk wordt er smalend over gedaan, maar in de loop van de tournee wint de zaak van de artiesten steeds meer steun bij het publiek. De vereniging sluit zich al snel aan bij de invloedrijke Women’s Political Union, die de kracht en de ernst van het engagement van de artiesten erkent, en blijft actief tot het vrouwenstemrecht zeven jaar later een feit is.

Ringling Treinen
Ringling Bros. and Barnum & Bailey kreeg van president Roosevelt tijdens WO II een speciale uitzondering, waardoor de circustreinen gewoon mochten blijven rijden. Dat was ‘belangrijk voor het moreel’.

Drie decennia later raakt Ringling Bros. and Barnum & Bailey, nog altijd het grootste circus ter wereld, rechtstreeks betrokken bij de oorlogsinspanning. Alleen al in 1943 haalt het via oorlogsobligaties tussen twaalf en vijftien miljoen dollar op. In 1942 legt de Amerikaanse overheid het treinverkeer aan banden: het spoor moet in de eerste plaats dienen voor oorlogsmateriaal en troepentransporten. Toch krijgt Ringling Bros. and Barnum & Bailey van president Roosevelt een speciale uitzondering, waardoor de circustreinen gewoon mogen blijven rijden. Circus geldt als een nationaal tijdverdrijf en een belangrijke steun voor het moreel. Bovendien stuurt de beslissing een duidelijk signaal: als zelfs het circus kan doorgaan alsof er niets aan de hand is, dan is de toestand minder somber dan de kranten beweren. Wat de Amerikanen veel meer verontrust, is het suikertekort, met als symbool het verdwijnen van de pink lemonade, het iconische drankje van de kermis. Dan pas beseffen ze dat de oorlog echt is aangekomen.

In 1942 weet John Ringling North George Balanchine en Igor Stravinsky te overtuigen om samen een ballet voor olifanten te maken. Daarnaast haalt hij John Murray Anderson en Barbette aan boord voor een groots spektakel vol indrukwekkende patriottische taferelen, gebracht door het voltallige gezelschap. Het volkslied, wapperende vlaggen, koren en lichtbanieren vormen het decor van een overweldigende productie die het publiek recht in het hart raakt en het circus een nieuwe uitstraling geeft.

Een nieuwe zoektocht

Dertig jaar later zijn de wittebroodsweken voorbij. Het grootste circus ter wereld is van eigenaar veranderd, en de tijd is rijp voor kritiek, protest en maatschappijkritiek. Voor een artistieke guerrilla in de stad was de weg al geëffend, vooral door de oprichting van de San Francisco Mime Troupe in 1959 en, tien jaar later, door de geboorte van Le Grand Cirque Ordinaire in Quebec. Dat gezelschap is stevig geworteld in de politieke strijd en de identiteitsvraag van Quebec en maakt in zijn zeventien jaar bestaan verschillende voorstellingen, waaronder Alice au pays du sommeil en La famille transparente. Het werkt met improvisatie naar Italiaans voorbeeld, creëert samen met de gemeenschap en is daarmee een pionier in heel Noord-Amerika.

In de voorstellingen van het Pickle Family Circus staat de mens centraal, in een samenleving die almaar harder en hebzuchtiger wordt.

Pickles Family Circus
©2026 eMuseum

Net als het Pickle Family Circus, dat midden jaren zeventig ontstaat uit leden van de San Francisco Mime Troupe, willen deze gezelschappen hun publiek wakker schudden over de toestand van de wereld. Met objectmanipulatie, spel en acrobatie brengen ze krachtige, geëngageerde boodschappen. Telkens staat de mens centraal, in een samenleving die almaar harder en hebzuchtiger wordt. De voorstellingen spelen zich vaak af in openlucht en lokken een gemengd publiek, dat dicht bij de artiesten staat en daardoor nog spontaner reageert. Door hun lichtheid en eenvoud zijn ze voor iedereen toegankelijk en worden emoties moeiteloos gedeeld, maar de boodschap verliest nooit haar scherpte.

In 1984 wordt in Baie-Saint-Paul, opnieuw in Quebec, Cirque du Soleil opgericht, met de uitdrukkelijke steun van premier René Lévesque. Hij wil een circus dat tegelijk feestelijk is en de identiteit van Quebec uitdraagt. Het gezelschap, dat zou uitgroeien tot het grootste podiumkunstenbedrijf ter wereld, wordt in het begin volledig met overheidsgeld gefinancierd: een bewuste en ondubbelzinnige cultuurpolitieke keuze. Dankzij zijn snelle succes kan het na enkele jaren afzien van elke subsidie, maar zonder dat krachtige startsignaal was de geschiedenis van Cirque du Soleil wellicht anders verlopen.

Circus en activisme

In de Verenigde Staten, waar circus heen en weer geslingerd wordt tussen maatschappelijk engagement en patriottische nostalgie, past het zich vaak aan zijn omgeving aan.

Eind jaren zeventig zorgt het Big Apple Circus voor een nieuwe kijk op de circuskunst. Het vestigt zich in New York en start programma’s voor kwetsbare jongeren, waaronder de Clown Care Unit, een initiatief van medeoprichter Michael Christensen. Via de New York School for Circus Arts, actief van 1977 tot 1988, leren jongeren uit buurten als Harlem en de South Bronx acrobatie en spelen ze mee in de voorstellingen. Met zijn sterke verankering in de gemeenschap is het Big Apple Circus een van de drijvende krachten achter de vernieuwing van het Amerikaanse circus.

Met humor zet Circus Amok de verhoudingen in de samenleving op losse schroeven, bijvoorbeeld door een clown een politicus of een industriemagnaat te laten spelen.

Circus Amok
©Wikicommons

Voor Circus Amok, in 1989 eveneens in New York opgericht, is het circus een middel voor politiek protest, sociale inclusie en het heroveren van het eigen lichaam. Het collectief werd gesticht door performer Jennifer Miller, een vrouw met een baard. Amok kiest bewust voor de straat en de openbare ruimte en brengt gratis voorstellingen waarin jongleren, acrobatie en stelten volledig in dienst staan van een compromisloos activisme. Het gezelschap steunt op het vervreemdingseffect van Brecht en gebruikt parodie om een intuïtieve band met het publiek te smeden, terwijl het de toeschouwers aanzet om verder te kijken dan wat er in de piste gebeurt. Door de vierde wand te doorbreken, schudt het een diep ingesleten theaterconventie van zich af. De artiesten spreken het publiek rechtstreeks aan en betrekken het zo nauw mogelijk bij het spel. Met humor zetten ze de verhoudingen in de samenleving op losse schroeven, bijvoorbeeld door een clown een politicus of een industriemagnaat te laten spelen. Zo halen ze die figuren van hun voetstuk en maken ze hen menselijk, zo niet ronduit zielig.

Wie op stelten loopt, torent dominant en dreigend boven de anderen uit. Een val die op het laatste moment wordt opgevangen, staat voor onze fundamentele behoefte aan sociale en collectieve zekerheid.

De gratis voorstellingen vinden plaats in de stadsparken, en eenvoudige theatrale middelen geven het spel extra kracht. Wie op stelten loopt, torent dominant en dreigend boven de anderen uit. Een val die op het laatste moment wordt opgevangen, staat voor onze fundamentele behoefte aan sociale en collectieve zekerheid: het zijn de medespelers die de acrobaat opvangen en redden. Alle conventies van het circus worden omgekeerd of op de hak genomen. Het lichaam wordt niet langer alleen om zijn perfectie bewonderd, maar wordt ook een symbool van kwetsbaarheid, dat laat zien dat falen mag en dat we elkaar nodig hebben. Jennifer Miller, een belangrijke figuur in de queerbeweging, neemt zelf de rol op van een genderloze Monsieur Loyal (spreekstalmeester) en bepaalt voor een groot deel de energie van de voorstelling. Sinds 1989 heeft Circus Amok meer dan twintig voorstellingen gemaakt, telkens met hetzelfde doel: het sociale weefsel opnieuw aan elkaar weven.

Die strijd om een piste voor iedereen gaat vandaag onverminderd door. Zo vond in september 2026 in Philadelphia de derde editie plaats van de International Black and Indigenous Circus Week, als onderdeel van het Cannonball Festival. Het evenement eert de kunst en cultuur van zwarte en inheemse circusartiesten en wil een plek zijn waar iedereen, waar ook ter wereld, de piste kan opeisen. Openluchtvoorstellingen, workshops, lezingen, nieuwe creaties en cabaret zorgen voor een inspirerende wisselwerking tussen iedereen die meedoet, publiek én artiesten.

“Wanneer een clown een paleis betrekt, wordt hij geen koning, maar wordt het paleis een circus.”

Met de komst van de clown kreeg de politieke satire er een krachtig wapen bij, en heel wat activisten namen zijn attributen over om hun protest een parodiërende toon te geven.

Sinds de jaren 2000 duikt de clown ook op waar de haat zich luidruchtig aandient. In 2007 trekken white supremacists, onder wie leden van de Ku Klux Klan, naar Knoxville, Tennessee. Daar worden ze opgewacht door een bonte stoet van clowns, steltlopers en eenwielers. De slogan “white power” verandert in hun handen in “white flour”: er wordt met bloem gegooid, er worden witte bloemen uitgedeeld, en de bijeenkomst valt uren vroeger stil dan gepland. Vijf jaar later herhaalt het tafereel zich in Charlotte, North Carolina, waar het National Socialist Movement en de Ku Klux Klan betogen tegen de groeiende Latino-gemeenschap. Met rode neuzen, geschminkte gezichten en bordjes met “wife power” overstemt een tegenbetoging, minstens vijf keer zo talrijk, de haatboodschap. Het lachen ontwapent waar het geweld wil intimideren.

Een nieuwe generatie activisten kiest er bewust voor om ‘surrealisme met surrealisme te bestrijden’. Ze grijpen naar de esthetiek van de clown om conservatieve bijeenkomsten te verstoren en de retoriek van de regering-Trump aan de kaak te stellen. Ook acteur Robert De Niro vergeleek Donald Trump meermaals met een clown: een figuur die zich voortdurend ongefilterd laat gaan, ver beneden de waardigheid van het presidentsambt. Het is een vorm van burgerlijk rumoer die teruggaat op een praktijk zo oud als de mensheid: lachen om te provoceren én om de spanning te ontmijnen. Een andere kijk op de wereld.

Auteur: Pascal Jacob

Jaarthema 2026: Circus & Democratie

Circus & Democratie

Elk jaar zoomt Circuscentrum in op een thema dat leeft in de circussector én daarbuiten. In 2026 onderzoeken we onder de noemer Circus & Democratie de relaties tussen circus, macht en samenleving. Van clownactivisme en verzet tot circus onder autoritaire regimes: via analyses, opinies, interviews en good practices volgen we de politieke sporen van circus in Vlaanderen tot ver daarbuiten.

Ontdek ook de andere artikels binnen ons jaarthema Circus & Democratie.

Laatste update
05/11/2026