Over de meetbaarheid van erkenning

De kaarten liggen op tafel: de beslissingen over de meerjarige subsidies voor de circussector zijn genomen. Maar wat zeggen ze nu eigenlijk? Het gaat om een financiële investering van 15% in de circussector. Dat is toch fantastisch in deze tijden? De cijfers en percentages lijken helder, maar ze zijn verraderlijk.

Eerste lezing. De minister investeert, de ateliers gaan er gezamenlijk op vooruit, de werkplaatsen blijven status quo en het aantal gezelschappen kent een opmerkelijke procentuele stijging. Het steunpunt mag (voorlopig) blijven bestaan, maar moet 15% inleveren.

Tweede lezing. De adviezen van de commissies worden grotendeels genegeerd en daarmee ook de concrete realiteit van elke organisatie. Slechts een enkeling is echt tevreden en iedereen treurt om het collectieve verlies. Het primaat van de politiek neemt over en lijkt doof te zijn voor het argument dat een sector op dieet zetten alvorens die volgroeid is, geen goed idee is.

Derde lezing. Er wordt 42% minder toegekend dan gevraagd. De dynamiek van een sector wordt gefnuikt, het solidaire ecosysteem komt onder druk te staan. Engagementen kunnen niet nagekomen worden en samenwerkingen staan op de helling. Vooral bij de gezelschappen vallen harde en onverwachte klappen. Het decreet blijkt er niet op voorzien om de professionalisering die zich heeft doorgezet, passend te ondersteunen.

De waarheid is dat er geen echte winnaars zijn.

Ook aan de kant van het beleid dat tot beslissingen is gekomen, zitten mensen. Mensen die voor moeilijke keuzes stonden. Mensen die niet allemaal evenzeer zicht noch vat hadden op het grotere geheel, en meegezogen zijn in de koehandel die politiek heet.

Zelf durf ik grote vraagtekens te plaatsen bij hoe alles gelopen is, vooral het gebrek aan transparantie en dialoog is laakbaar. Ook wanneer de realiteit complex en moeilijk is - vooral dan - moeten we het gesprek blijven aangaan. Dat is een kwestie van respect.

De toekomst zal moeten uitwijzen hoe groot de veerkracht van de sector nog is, ons zelfvertrouwen heeft alleszins een stevige knauw gekregen. De grote verliezers vandaag zijn de dromers, de makers, de idealisten, de ondernemers en zij die zich altijd wel uit de slag weten te slaan. Het kleurrijke geheel van mensen dat de circussector maakt tot wat hij vandaag is.

Met een evaluatie van het decreet in zicht en de afbouw van de bovenbouw en van de projectsubsidies, lijkt er op het eerste zicht weinig reden tot optimisme. Maar misschien kunnen we het tij nog keren als we onze ego’s klein maken en onze collectieve verbeelding bundelen?

Laten we hier en nu afspreken dat we elkaar in de ogen blijven kijken. Dat we samen met het beleid oplossingen zoeken die het geheel ten goede komen en ons niet tevreden stellen met een schouderklopje.

De echte erkenning toont zich niet in cijfers maar in gezien worden.

Auteur: Noemi De Clercq
Dit artikel verscheen in Circusmagazine #85 (december 2025)