Het is nog één van die warmere, zonnige novemberdagen wanneer ik Jef Kinds en Mia Drobec ontmoet voor een gesprek over Arbo, de meest fotogenieke circusvoorstelling van 2025 dankzij de honderden LED-lichtjes die het scènebeeld vormen. Circus meets de Infinity Mirror Rooms van de Japanse kunstenaar Yayoi Kusama is wat opdoemt wanneer je de flyer bekijkt.
Het is hun eerste samenwerking, voor Mia haar eerste creatie. “Mijn schoolse achtergrond is filosofie, ethiek en godsdienstwetenschap,” vertelt ze. “Ik heb veel ervaring als producent, docent, organisator, maar het stukje dat de hele tijd ontbrak was de artistieke output. Dat deed ik naast het werk, privé. Ik hield die twee werelden altijd gescheiden, maar was op zoek naar manieren om het samen te brengen.” Jef werkt sinds zijn afstuderen (Codarts Rotterdam in 2022 met specialisatie in aerial straps) aan zijn circus-cv.
In de zaal nodigen de twee makers het publiek uit op een tribune van brede strandstoelen rond de statige lichtinstallatie, waar het zich zonder nekpijn mag vergapen aan de verticale lichtslingers die van een hoge toren naar beneden hangen én de acrobaat die er zich een weg doorheen baant, walst, worstelt. Jef: “De ligstoelen laten je volgens mij toe om dieper de show in te duiken. To let go. Je hoeft jezelf niet rechtop te houden, je leunt achterover en laat je meevoeren naar je eigen dromen en gedachten.”
Want Arbo zoekt niet de pure schoonheid van het licht, het wil iets aansnijden. Als de bits en bytes in een gedigitaliseerde wereld, als een drukkend sterrendak, verbeelden licht en het zich ertussen laverende lichaam de eenzaamheid die zich als een wereldwijde epidemie verspreidt. Volgens de WHO sterven er elk uur 100 mensen als gevolg van eenzaamheid. Arbo probeert er tegelijkertijd een fysieke en visuele uitdrukking aan te geven.
Het is twee weken na hun première wanneer we achter glas van het zonlicht genieten. Hoe koud licht soms kan zijn, omschrijft Jef wanneer hij het over zijn favoriete moment uit de voorstelling heeft. “Er is een verschil tussen alleen en eenzaam zijn. Dat komt voor mij tot uitdrukking in de scène waarin ik een bundel lichtslingers omhels. Die omhelzing is connectie maken, maar tegelijkertijd kunnen de lichten me niet terug knuffelen. Het is gewoon een ding. Het ziet er mooi uit, maar het is koud. Het licht kleurt koud. Het is een stuk plastic met een klein computertje in en niet meer.” Mia vult aan: “Het was heel bijzonder hoe sommige scènes werkten in een bepaalde tint licht en een totaal andere betekenis kregen wanneer we de kleurcompositie veranderden.” Hun woorden komen tot leven wanneer ik ze dagen na het interview uitschrijf, slechts verlicht door het computerscherm, want buiten is het nu guur en grijs in plaats van zonnig.
De eenzame stad
Zullen we beginnen bij het begin? Hoe is het idee voor Arbo geboren?
Jef: “Het startpunt was om een lichtinstallatie en straps te combineren. Mia had veel tekeningen gemaakt en we vonden een bedrijf dat het voor ons kon realiseren. We waren echt fan van ons idee. Maar toen we erover spraken met Lucho Smit (artistiek leider van Festival Circolo en circusartiest, red.) zei hij: ‘het is cool, maar je hebt nog geen onderwerp.’”
Mia: “We hebben de lichten nooit als een gimmick willen gebruiken. Toen we op zoek waren naar ‘het verhaal achter de voorstelling’, suggereerde Jef om het over eenzaamheid te hebben. Ik was niet zo overtuigd in het begin. Maar hoe meer we erover spraken, hoe meer het klopte. Het onderwerp voelde heel dicht bij onszelf. We waren net naar Antwerpen verhuisd – ik vanuit Berlijn, Jef vanuit Rotterdam. Het was een grote verandering voor mij: ik kende de taal niet, ik kende hier niemand. En voor Jef… – mag ik in jouw naam spreken?”
Jef: “Ga je gang.”
Mia: “… was het ook een nieuwe situatie. Hij was vier jaar weg geweest. Jij verandert, de stad verandert. Het eerste jaar in Antwerpen was heel moeilijk. We hebben daar veel gesprekken over gevoerd, hij vanuit zijn standpunt om opnieuw connectie aan te gaan met de plek en de mensen na vier jaar studeren in een andere stad en ik zoekende naar hoe mensen te ontmoeten, nieuwe vrienden te maken en contact te houden met oude vrienden ver weg. Ik voelde me vaak alleen en vond het uitputtend om plots al mijn vriendschappen en contacten online te moeten beleven. Dat versterkte het gevoel van eenzaamheid. Het maakte me soms ook gewoon verdrietig om wel in contact te kunnen zijn, maar niet écht. Je deelt het dagdagelijkse niet met elkaar, de kleine dingen in het leven. Je belt een uur met een vriend, het eerste half uur vertel ik wat er allemaal gebeurd is, het tweede half uur luister ik naar wat er bij hen gebeurd is. En dan leg je op en ga je elk verder met je leven. Het hield me heel erg bezig.”
Jef: “Ik haal veel inspiratie uit rondwandelen op straat en mensen kijken en ik weet niet waarom, maar mensen die alleen op een bank zitten fascineren me. Wat doen ze daar en waarom? Toen Mia en ik het onderwerp eenzaamheid begonnen te onderzoeken en hoe we er vandaag de dag mee omgaan, ontdekten we dat de World Health Organization eenzaamheid tot een officiële epidemie heeft uitgeroepen.”
Mia: “Marie (Peeters, dramaturg, red.) liet ons een heel mooi boek lezen, The Lonely City, over een vrouw die naar New York verhuist en zich erg alleen voelt. Ze begint te schrijven en te denken over eenzaamheid en gaat op zoek naar kunstenaars uit New York in wiens werk het – bedoeld of onbedoeld – over eenzaamheid gaat. Ik ontdekte kunstenaars die ik nog niet kende.”
Ervaar je eenzaamheid in je solo circusdiscipline?
Jef: “Bijna altijd. Ik hou van straps, maar ik ben nooit een grote fan geweest van de technische kant van het trainen, wat nogal onvermijdelijk is… Ik heb repeteren altijd liever alleen gedaan dan samen met anderen, om de een of andere reden. Muziek in mijn oren en zien waar de straps me brengen. Maar de eenzaamheid is soms echt intens, ook omdat er veel pijn bij straps komt kijken. En binnen het onderzoek voor deze voorstelling ging ik soms nog wat dieper op in de emotie.”
En toen moest het kind een naam krijgen…
Jef: “Het zoeken naar een titel heeft veel tijd gekost.”
Mia: “Het was vreselijk. Je zoekt naar een titel met een diepere betekenis, maar alles klonk zo geforceerd, pretentieus. We wilden iets simpel. Uiteindelijk vonden we onze inspiratie in het boek De baron in de bomen van Italo Calvino. Het gaat over een jongen die ruzie krijgt met zijn familie en besluit om in de bomen te klimmen en daar te blijven. Jef heeft ook research gedaan naar de bewegingen van dieren die in bomen leven. Dat heet arboreal locomotion. We hielden van het ‘arbo’ aan het begin.”
Angst voor angst
Hoe hard hebben jullie gezwoegd op de technische realisatie van de lichtinstallatie?
Mia: “Dat viel eigenlijk mee.”
Jef: “Er zijn heel veel vergaderingen aan vooraf gegaan. Mia had vooraf alle tekeningen gemaakt. Toen zijn we op zoek gegaan naar iemand die het voor ons kon realiseren. We botsten op het bedrijf More to Show. Ze stelden ons meteen gerust. Ze doen vooral grote producties, maar voelden veel sympathie voor ons project. Het deed hen denken aan hun eigen eerste projecten in hun beginjaren. Ze hebben ons ook financieel ondersteund.”
Mia: “En echt rekening gehouden met onze vraag om de constructie eenvoudig op te bouwen te houden.”
Jef: “Het was een erg spannende periode. Het idee leeft zo lang in je hoofd, maar je weet niet zeker of het gaat werken. Of het mogelijk is. En dan ontmoet je twee mensen die zeggen: ‘Oké, geen probleem, we doen het.’”
Mia: “Onze eerste residentie, bij Panama Pictures, stond volledig in het teken van dealing with the lights. We bouwden de structuur voor het eerst, om te zien hoe het eruit zag, wat het kon, of het was wat we wilden. Alle lichtjes moesten geprogrammeerd worden.”
Pas toen konden jullie er ook artistiek mee aan de slag gaan?
Jef: “Wat heel fijn was aan er samen aan te werken, was dat we verantwoordelijkheden konden verdelen. Wanneer Tarek, onze outside eye voor beweging, er was, kon ik met hem in de straps duiken terwijl Mia op hetzelfde moment, parallel hieraan, met het licht werkte. Wat willen we zien? En dat communiceren en coördineren met de andere medewerkers aan het project. Zo kon de voorstelling technisch ontwikkelen, waarbij we heel vaak moesten wachten, maar tegelijkertijd kon ik blijven werken aan de bewegingen in de structuur. In het begin was ik heel erg bang van de hoogte en het metaal. Straps zijn soepel en zacht, ze geven mee wanneer je beweegt, maar de metalen structuur staat daar gewoon. Ik moest er echt een omgang mee vinden voor ik creatieve vrijheid vond om me erover te bewegen.”
Mia: “De eerste residentie was er inderdaad ook om te wennen aan de hoogte. Naar boven en weer naar beneden klimmen, de structuur begrijpen. Ik herinner me nog goed toen Jef aan Tarek vroeg: ‘wat als ik val?’”
Jef: “Zijn antwoord was: dat is geen optie.”
Mia: “Oké, probleem opgelost.”
Jef: “Het heeft me erg geholpen, die mindset. Niet bezig zijn met ‘wat als ik val’, maar met ‘hoe blijf ik hierop staan’, met veilige manieren vinden om je erover te bewegen. Door alles op te delen in stappen, eerst één hand loslaten, dan één been laten zakken, … voelde het veilig en vertrouwd.”
Mia: “Maar de eerste twintig minuten van de voorstelling ben ik toch vooral aan het zweten en wachten tot Jef wat lager op de installatie komt.”
Oh nee, Sam, drukken!
Mia: “Het was nooit onze bedoeling om iets moois te bouwen en dat dan gewoon voor een uur te laten zien. Het is een middel om emoties uit te drukken en een verhaal te vertellen. Een verhaal dat Jef en de lichten samen vertellen. Elk effect, hoe mooi ook, dat daar niet aan bijdroeg, hebben we achterwege gelaten.”
Jef: “Dat was soms heel pijnlijk. Ik weet wel dat het zo in elke creatie gaat. Kill your darlings. Maar soms bracht het licht ons van het ene op het andere moment in een totaal nieuw universum. En dan probeer je een halve of anderhalve dag om het in de voorstelling te passen, tot je je realiseert dat het gewoon niet past. Ik denk dat we er vrij goed in geslaagd zijn om ons niet te laten verleiden door de technische mogelijkheden.
De grootste zoektocht was, denk ik: wanneer lees je er eenzaamheid in en wanneer kijk je naar de verhouding tussen mens en machine?”
Mia: “Daarom zitten er ook scènes in het donker in de voorstelling. Want zodra het licht aan is, is de verhouding onvermijdelijk en was het een zoektocht naar hoe daarin de brug naar het verhaal te maken. Maar bovenal hebben we een trip willen maken waarin het publiek kan voelen wat het voelen wil. Als toeschouwers na de voorstelling naar ons komen met een heel eigen verhaal, zijn we meer dan blij om dat te ontvangen.”
Jef: “We hebben in het begin veel gepraat over het geven van een karakter of het humaniseren van objecten – daar is een term voor die ik nu voor de tiende keer vergeet. Wat als we de lichtjes een klein beetje persoonlijkheid zouden meegeven? Wat als het publiek ook een connectie aangaat met het licht en niet alleen met de speler?”
Mia: “Het gevoel geven dat het licht een eigen leven leidt en dat het niet enkel een computerprogramma is dat hen aanstuurt.”
Jef: “Ja, exact.”
Is alles voorgeprogrammeerd of zijn de lichtjes echt responsief?
Jef: “De lichten zijn geprogrammeerd, maar worden live aangestuurd door Sam. Hij is onze derde speler, we reageren op elkaar. Dat brengt meer menselijkheid in het licht.”
Mia: “Tijdens één van de voorstellingen moest Sam een lichtje aan laten gaan in reactie op Jef, maar Jef was helemaal in het donker en we zagen hem niet van achter de regie. Jef kwam steeds dichter en wist niet wat te doen, hij kon niet nog trager gaan. En ik dacht: ‘Oh nee, Sam, drukken!’ Maar in feite voegde het iets toe. Want Jef begon tegen het lichtje te poken en creëerde zo iets organisch.”
Ons gesprek loopt op zijn einde, maar voor Arbo is dit nog maar het begin?
Mia: “We zien nog veel mogelijkheden met wat we gecreëerd hebben. Het einde van het creatieproces was zo intens dat ik het gevoel heb dat er nog geen moment was om terug in- en uit te ademen. Nu we een beetje gespeeld hebben, kunnen we stilaan onze aandacht verschuiven van het creatieproces naar wat er verder mee te doen. Willen we alles houden zoals het is? Voelen we ons nu anders bij bepaalde scènes?”
Jef: “We willen graag veel reizen met de voorstelling, maar de installatie zelf biedt ook nog zoveel mogelijkheden: samenwerkingen met andere circusartiesten, museale contexten, lichtfestivals, …”
Mia: “Mag ik mijn favoriete feedback delen die ik kreeg van een toeschouwer? Na de show kwam iemand naar me toe en zei: ‘Dit was geen circusvoorstelling, dit was een reis, een ervaring.’ Dat is exact wat ik hoopte dat we zouden bereiken.”
Jef: “Totaal.”
Mia: “Dat is het. Je doet ermee wat je wil.”
It's a wrap. Bedankt voor het gesprek.
Wie wil praten over eenzaamheid kan terecht bij Tele-Onthaal op 106, een gratis en anonieme telefonische hulpdienst die 24/7 bereikbaar is via tele-onthaal.be of de chat. Jongeren tot 25 jaar kunnen ook contact opnemen met Awel via telefoon 102, e-mail of chat.
Auteur: Ine Van Baelen
Foto's: Joke Van den Heuvel
Dit artikel verscheen in Circusmagazine #85 (december 2025)
Circusmagazine is het driemaandelijks tijdschrift voor de circuskunst. Op eigentijdse wijze bericht het over verleden, heden en toekomst van de circuswereld in Vlaanderen and beyond.
Abonneer je hier