Op de cadans van de hoeven

Circus Tetam is sinds 2024 een van de negen traditionele circussen in Vlaanderen. Naast het Waalse gezelschap Tempo d’Eole (zie p. 40) is Tetam ook het enige paardencircus in België. De familie Iarz brengt samen met nationale en internationale artiesten een twee uur durende show. Acrobatie, magie, clownerie en verschillende nummers met paarden en pony’s passeren de revue. Samen met circuskenner Jan Inghelbrecht ging Gwendolien Sabbe langs voor een interview en pikte de matineeshow mee.

© Kevin Faingnaert
© Kevin Faingnaert

De rood-gele tent, vrachtwagens, caravans en de paardentent staan in een groen park in hartje Destelbergen opgesteld. We hebben een afspraak met Warre Baes, een artiest uit Brugge en clown bij Circus Tetam. Jan Inghelbrecht kent ook Emeliano Iarz, de pater familias (zie kaderstuk). Toch voel ik me een soort van voyeur bij het binnenwandelen van het circusterrein. Alsof ik er niet hoor en een onzichtbare grens overschrijd. Bij de tent staat een groep jonge artiesten te babbelen. Een Jack Russel komt me luidruchtig begroeten. Na wat gesnuffel krijg ik groen licht: ik ben oké. Jan steekt van wal met een gemoedelijk gesprek. Hij schakelt moeiteloos tussen Nederlands, Frans, Engels en later die middag ook Italiaans. Hier voelt Jan zich als een vis in het water, besef ik. Van kindsbeen af bezoekt hij circussen, bouwt hij een prachtige historische circuscollectie uit met foto’s, affiches, documenten, kostuums, objecten, … en is hij een welgekomen gast bij circusfamilies uit binnen- en buitenland. We kunnen elkaar uren de oren van het hoofd kletsen over het circusverleden. Zo werden we vrienden. Ik ben blij dat hij mee is om het ijs te breken.

“Warre is er niet. Hij vertelde inderdaad dat hij een interview met jullie had, maar hij moest onverwacht gaan helpen met een van onze wagens die in panne staat,” vertelt een jongeman. We staan wat te schuifelen. De jongeman vraagt na bij iemand van de familie Iarz wie een interview kan geven in afwachting van Warres terugkomst. Ik voel iets nats tegen mijn onderbeen. Op mijn broek zit een vochtplek. “Dju, de Jack Russel was iets té enthousiast,” denk ik. Een acrobaat uit Oekraïne wijst lachend naar de tuinslang in het gras. “It has a small leak.” De jongeman komt vanachter de caravans terug en zegt: “Niemand heeft momenteel tijd, maar je kan Luna en mezelf interviewen.”

Paarden op één

We nemen plaats in de lege circustent. “Ik ben Thomas Verlinde en ik doe de Kozakvoltige met de paarden,” stelt de jongeman zichzelf voor. “Ik kom niet uit een circusfamilie, maar bij ons thuis hebben we paarden. Een vriend leerde me een drietal jaar geleden voltige. Zo ben ik bij Circus Tetam terechtgekomen. Je probeert steeds te groeien om nog meer trucs te laten zien. Met het fantastische paard hier lukt dat goed.” Naast Thomas zit een jong meisje met lang zwart haar. “Ik ben Luna Michiels uit Oostende. Ik kende niets of niemand in het circus. Op vakantie in de Kempen ging ik naar een voorstelling van Tetam kijken. Ik vond Massi (Massimiliano Iarz, zoon van Emeliano Iarz, red.) wel knap en stuurde hem een bericht op Instagram. Zo raakten we aan de praat, leerden elkaar beter kennen en groeide er iets moois. Ik zit nog op school en kom de weekends en vakanties langs. Ik help met het buffet waar we wafels en hotdogs verkopen en ik assisteer Massi met zijn rola-bolanummer. Ik ben ook bezig met de creatie van een eigen nummer met Kiwi, de hond van mijn schoonzus. Je krijgt veel ondersteuning hier als je iets wilt opbouwen. Het is een heel andere cultuur, maar wel een leuke. Vanaf het begin werd ik warm verwelkomd. De mooie familieband krijg je er extra bij. Mijn ouders komen ook goed overeen met Massi’s ouders. Straks is de paasvakantie gedaan en komen mijn ouders me terug oppikken.”

“Er heerst een goeie groepssfeer bij Circus Tetam. Ik blijf nog wel een tijdje,” vertelt Thomas verder. “Iedereen zorgt hier ook samen voor de paarden. Zij staan altijd op nummer één. Als we van de ene plek naar de andere trekken, bouwen we snel de stallen af, zodat de paarden niet te lang op het transport moeten zitten. Bij aankomst op de nieuwe speelplek werken we met een immens tempo om de stallen op te bouwen, zodat de paarden snel comfortabel zijn.”

© Kevin Faingnaert
© Kevin Faingnaert

Geen bananenschilclown

Jan en ik gaan lunchen bij een bakker in Destelbergen. Bij de koffie op het terras schuift Warre Baes aan voor een gesprek. Hij steekt een sigaret op. Net voor hij onze eerste vraag wil beantwoorden, rinkelt zijn telefoon. In vloeiend Italiaans doet hij verslag over zijn trip met de ‘camion’. “Ik praat Italiaans, Spaans, Frans, Engels en Duits,” vertelt Warre. Ik zie een jonge gast voor me zitten die circus ademt. Een zwarte pull met op zijn linkerborst ‘Warre’ geborduurd, een gehavende trainingsbroek, sokken in stevige klompachtige schoenen, ideaal om door gras, zand, modder, zaagmeel te banjeren. Met een brede glimlach antwoordt hij vol vuur op onze vragen. “Circusbloed heb ik niet. Van jongs af aan was ik al gefascineerd door het circus. Via Facebook kwam ik in contact met Circus Ronaldo. Daar leerde ik Kimi kennen, en zo kwam ik in contact met haar zus, Vanessa Hartmann en Vanessa’s man Jeanno (Jean-Paul Morrissey, red.). Zij zaten toen bij Wiener Circus. Ze nodigden me een weekendje uit, er was nog een kleine caravan om in te logeren. Zo is het begonnen. Elke vakantie was ik van de partij. Op mijn dertiende kocht ik mijn eerste caravan. Zodra ik een chauffeur had gevonden om mijn caravan te brengen, ging ik in de vakanties van 2011 tot ongeveer 2020 mee met Wiener. Daarna speelde ik enkele keren bij Charles Pauwels en kwam ik uiteindelijk bij Circus Tetam terecht. Het is natuurlijk moeilijk om als buitenstaander in een circus aanvaard te geraken. Met bloed, zweet en tranen is het uiteindelijk gelukt. Toen ik nog naar school moest, deed ik veel optredens voor kinderen: verjaardagen, communies, familiefeesten, … Clown zijn heb ik mezelf geleerd. Ik ben ook van het principe dat je clown zijn niet kan leren. Je bent dat of je bent dat niet. Ik ben steeds dezelfde, zowel buiten als in de piste, waar ik natuurlijk een uitvergrote versie van mezelf ben. Ik film mijn nummers en bekijk ze honderd keer. Ik let dan op alle details en probeer mezelf te verbeteren. Hoe is mijn mimiek? Praat ik te snel, te traag? Hoe reageert het publiek? Past het kostuum er wel bij? Het is dus meer dan een rode neus opzetten, grote schoenen aandoen en ‘Oei, daar ligt een bananenschil’ uitbeelden.”

Jan vraagt of hij een modelclown heeft. “Wie me inspireert en me feedback geeft is Stevie Caveagna,” aldus Warre. “Een Italiaanse clown en familie van oma, Lili Caveagna. Ik heb Stevie en zijn clownspartner Jones leren kennen toen nonkel Remo ons vroeg om te komen helpen met het Regensburger Weihnachtcircus in Duitsland. Hij was er hoofd techniek en de werkmensen waren niet komen opdagen. Ik had meteen een klik met Stevie. Hij is modern. In België heb je nog vaak de idee dat een clown voor kinderen is. Ik probeer daarvan af te stappen, ik speel liever voor volwassenen. Of neen, het liefst voor alle twee. Ik durf de donkerte opzoeken. Zo heb ik een nummer met het thema Freddie Mercury. Ik ben een grote fan, herken mezelf in hem. Net als hij heb ik soms donkere gedachten en voel ik me eenzaam, ook al ben je omringd door veel mensen.”

“Dat is herkenbaar voor veel clowns,” reageert Jan. “De eenzaamheid, het weemoedige.”

“Inderdaad,” beaamt Warre. “Dat was ook zo voor Clown Jaspie en Tony Frats, mijn twee beste kameraden die ook kindervoorstellingen deden. Beiden zijn gestorven, ja… aan eenzaamheid eigenlijk. De ene was verslaafd aan alcohol, de andere aan drugs. Dus Stevie is een soort van voorbeeld, maar imiteren doe ik niet. Ik wil altijd mijn eigen ding doen. Soms komt de familie met voorstellen die me niet liggen. Ik ben hard en zeg nee. Want het publiek kan dat voelen, als je iets tegen je zin doet. Dan krijg je geen lach. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om muziek te brengen in een nummer. Ik speel trompet, saxofoon, klarinet en ik heb van die melodische belletjes. Bij ons thuis zijn ze erg muzikaal. Mijn broer heeft conservatorium gestudeerd, mijn neef is een groot muzikant. We hebben allemaal een feeling voor muziek.”

Warre staat op het punt te vertrekken. Hij moet zich voorbereiden voor de middagshow. We vragen nog snel naar zijn toekomstplannen. “Ik leef van dag tot dag. Met die donkere periodes, het heeft allemaal aan een zijden draadje gehangen. Dus ik laat het op me afkomen.”

Zes generaties Iarz/Jarz*

Het begon allemaal in Italië, toen Joseph Jarz (1872-1938) huwde met Cesira Togni (1882-1953) uit de gelijknamige circusfamilie. Van 1910 tot 1960 reisden ze met het eerste Circo Jarz in Italië rond. Hun zoon Vladimiro (1904-?) zette met zijn vrouw Emma Bobba (1905-?) het circus verder tot 1960. Hun zoon Elio Jarz (°1935) huwde met Liliana Lilli Caveagna (°1941), een telg uit een Italiaanse ruiter- en clownsfamilie. Als trapezisten, later met een chimpansee-dressuur, werkten ze in de grote circussen in Europa. In vloeiend Frans – met soms wat Italiaans ertussen – gaat Jan Inghelbrecht dieper in op de familiegeschiedenis met Emiliano Jarz.

Jan Inghelbrecht: “Kun je iets meer vertellen over de familie Jarz, een grote naam in het vliegende-trapezewereldje in heel Europa. Ik denk bijvoorbeeld aan Luciano en Attilio Jarz die in de jaren zeventig top of the bill waren.”

Emiliano Jarz: “Daar stonden we inderdaad om gekend, ook buiten Italië. Er waren toen nog geen trapezenummers uit Zuid-Amerika of Korea. Ketty Jarz draaide begin jaren ‘70 als eerste een drievoudige salto mortale in de lucht. Zelfs de mannen deden dat toen nog niet. Naast trapeze deden mijn ouders (Elio en Liliana, red.) ook nummers met dieren, onder andere met paarden, beren en chimpansees. Ze kwamen met ons – mijn broer Remo, zus Stefania en mezelf – begin jaren negentig naar België. We toerden eerst met Cirque Italiano, daarna hebben we met Hans Martens in Nederland gewerkt om dan opnieuw in België te spelen met het Circus van Moscou.”

Jan: “Jullie speelden soms ook op water? Tijdens de pauze veranderde de piste in een reusachtig zwembad?”

Emiliano: “Ja, dat was heel veel werk. De op- en afbouw, de piste met water vullen moest snel gaan. Je had veel personeel nodig, dat is nu bijna niet meer haalbaar.”

Jan: “Ik heb de indruk dat het goed loopt voor jullie?”

Emiliano: “Ja, wij zijn tevreden, het publiek is tevreden. We zetten de traditie verder met ondertussen al de zesde generatie.”

*Afhankelijk van de tijdsperiode en het land, wordt de familienaam soms met I, soms met J geschreven.

Hart en start van het circus

We lopen met Warre mee terug naar het circusterrein. We ontmoeten er Linda Iarz. Tijdens het gesprek bewonder ik haar passie, zelfvertrouwen en in glitter gehulde ogen met lange wimpers. “Tetam is eigenlijk een woord dat ik heb uitgevonden, het betekent niets. Het is kort, valt op, mensen onthouden het makkelijk. Omdat het publiek zich er niet meteen iets bij voorstelt, kun je ook alle kanten op, het laat creativiteit toe. Als directrice run ik het circus, regel ik de speelplekken, zorg voor de praktische organisatie. Ik doe dat samen met mijn zussen, broer en natuurlijk mijn vader, die heel veel ervaring heeft. Ik krijg ook veel hulp van de artiesten. Het is niet evident om met paarden rond te trekken. Bij ons komen de paarden op nummer één, altijd. Toch krijgen we vaak controle en mogen we zelfs in sommige gemeenten niet binnen. Ik vind dat echt jammer. In België kan iedereen zomaar een slang als huisdier houden. Niemand checkt of het dier goed verzorgd wordt. Echt belachelijk. Onze dieren zijn alles voor ons. Zo reizen er bijvoorbeeld twee oudere paarden mee, ook al doen ze niet meer mee in de show. Ik krijg het niet over mijn hart om ze weg te doen. Wie weet waar belanden ze?”

© Kevin Faingnaert
© Kevin Faingnaert

Ondertussen stroomt het publiek toe voor de matinee. “De voorstellingen lopen goed, bijna altijd hebben we veel volk. Als we een speelplek opnieuw bezoeken, komen er vaak mensen terugkijken.” Haar vader, Emiliano Iarz, komt erbij staan. Hij toont een kleurige kindertekening van een circustent, een paard en mensen. “Kijk, net gekregen,” zegt hij trots. Eerder die middag vertelde hij ons over de bijzondere geschiedenis van de familie Iarz (zie kaderstuk). Hij doet teken. De show begint. Hij begeleidt ons naar mooie plaatsen vooraan, in de ‘loges’. In de pauze trakteert hij ons op een drankje en komt hij vragen wat we ervan vinden. We zwaaien hem lof toe. Ik ben vooral onder de indruk van de paarden. Na zoveel voorstellingen als circusprogrammator gezien te hebben, is een paard in de piste toch niet te evenaren. De wapperende manen, de cadans van de hoeven, de geur, de blinkende ogen, de wind op je wangen bij het voorbij galopperen. Vol gratie tonen ze hun kunsten. “Ik ben grote fan van paarden in het circus. Met hen is het ooit begonnen, ze zijn het hart van het circus,” vindt Jan. Ik kan hem geen ongelijk geven.

Auteur: Gwendolien Sabbe
Foto’s: Kevin Faingnaert
Dit artikel verscheen in Circusmagazine #86 (mei 2026)