(On)geschikt voor kinderen?

Toen ik vorige zomer door de brochures van de festivals bladerde, viel me iets op: bij vrijwel elke circusvoorstelling stond er een leeftijdsaanduiding die impliceerde dat de voorstelling geschikt was voor mensen die wij kinderen noemen (4+, 7+, 8+, 10+, 12+, 15+: alles kwam voorbij). Als voorvechter van circuskunsten voor een jong publiek zou ik zoiets natuurlijk alleen maar toe moeten juichen, maar er bekroop mij een achterdochtig gevoel en ik hoorde mezelf onder mijn adem mompelen: ‘yeah right, voor kinderen’.

Is circus voor kinderen? Als je het mensen buiten ons veld vraagt, is hun antwoord waarschijnlijk ‘ja’. Ja, omdat bij het woord circus het beeld van een clown met ballonnen en een rode neus in hun hoofd opduikt. Dat clichébeeld is natuurlijk achterhaald en doet het Vlaamse circusveld van nu verschrikkelijk tekort, maar het verraadt wel deels waar de roots van het circus liggen: circus als vorm van entertainment die – in tegenstelling tot ‘kunst’ en ‘theater’ – niet elitair was, maar letterlijk naar de dorpen toe trok en daar de hele familie de tent in lokte.

De afgelopen decennia heeft het veld zich in een razend tempo verbreed, verrijkt en verdiept. Een van de vertakkingen van circus groeide in de richting van het kunstenveld, waar zij langzaam maar zeker een plek verovert (of al veroverd heeft, afhankelijk van wie je het vraagt). Zo stonden er meerdere circusvoorstellingen op de vorige editie van het Theaterfestival, nemen cultuurcentra circus op in hun reguliere programmering en verschijnen er af en toe recensies over circusvoorstellingen in de kunstenbijlage van de grote kranten.

Die ontwikkeling ging samen met een verschuiving in doelgroep: circus is niet meer vanzelfsprekend voor de hele familie. Wellicht is dat een prijs die we moeten betalen als we serieus genomen willen worden als ‘echte kunstvorm’: we moeten bewijzen dat we echt wel (voor) volwassenen zijn. Geen kunstjes, maar kunst. Dat is zelfs waarschijnlijk de prijs: als je kijkt naar andere kunstvormen zoals theater en literatuur, bestaat er ook daar een duidelijk onderscheid tussen kunst voor jong publiek en simpelweg kunst. Ik zeg simpelweg, omdat niemand ooit spreekt van volwassentheater of volwassenliteratuur, wat als je erover nadenkt eigenlijk gek is: de meeste boeken of voorstellingen voor een jong publiek geven vooral een vanaf-leeftijd aan en zijn eigenlijk veel inclusiever in doelgroep dan kunst voor volwassenen.

Het lijkt dus niet zo vergezocht om aan te nemen dat circus makkelijker als kunstvorm herkend of erkend wordt als het voor volwassenen is. Dat betekent echter niet dat het onmogelijk is om circus als kunstvorm te maken voor een jong publiek. Opnieuw verwijs ik naar bijvoorbeeld jeugdliteratuur en -theater, waar er een lange en rijke traditie is van artistiek hoogstaand en uitdagend werk dat niet moet onderdoen voor hun volwassen evenknie. Die kwaliteit wordt ook zowel nationaal als internationaal erkend.

Met Grensgeval haken we aan bij die traditie en proberen we sinds onze oprichting plek te maken voor circus-kunst voor jong publiek. In het begin keken mensen ons vaak gek aan. Meerdere keren kregen we de vraag of dat wel nodig was, zelfs of dat wel kon: opereren op de grens tussen circus, kunst en jong publiek. Gelukkig zijn we daar voorbij en zijn er nu meerdere circusgezelschappen die specifiek maken voor een jong(er) publiek.

Waarom dan dat gevoel van achterdocht? Net zoals mensen die we volwassenen noemen, verdienen mensen die we kinderen noemen doordacht, kwalitatief, uitdagend en met ambacht gemaakt circus, toch? 100% ja, maar het probleem is dat ik niet geloof dat al die voorstellingen daadwerkelijk voor kinderen zijn. Bij sommige optredens die ik zag, leek het eerder alsof er ondoordacht een ondergrens op werd geplakt, misschien om meer publiek te trekken, misschien omdat de makers echt geloofden dat hun werk ook voor kinderen was.

Maar niet ongeschikt voor kinderen is niet hetzelfde als geschikt voor kinderen. Het is niet omdat er veel met kleuren wordt gespeeld, dat het kinderen aanspreekt. Het is niet omdat de voorstelling tekstloos is, dat kinderen haar kunnen lezen. Het is niet omdat er spectaculaire stunts in zitten, dat kinderen er iets aan hebben. Het is niet omdat er geen naakt, geen geweld, geen grof taalgebruik in voorkomt, dat het geschikt is voor kinderen. Een voorstelling voor een jong publiek heeft niet zozeer sommige zaken niet, maar heeft vooral andere zaken wel.

Het ergert me niet als iemand achteraf beseft dat de gemaakte volwassenvoorstelling ook voor een jong(er) publiek kan. Hoewel dat eerder de uitzondering is dan de regel, vind ik dat alleen maar fantastisch. Ik ben een gepassioneerd pleitbezorger van het serieus nemen van een jong publiek, van hen niet te onderschatten. Sterker nog: op het moment dat we bij Grensgeval denken ‘dit is niet voor kinderen’, weten we dat we iets op het spoor zijn.

Wat me wel irriteert is als het maken van een voorstelling voor jong publiek niet serieus wordt genomen. Hoewel kunst voor een jong publiek niet minder, en zelfs niet per se heel anders hoeft te zijn dan kunst voor volwassenen, vereist het over het algemeen wel een ander maakproces. Een waarin je vanaf dag één bezig bent met je doelpubliek. Een waarin je niet in de valkuil trapt te denken te weten wat kinderen leuk vinden, omdat je er zelf ooit één was. Een waarin je beseft dat je zaal niet altijd gevuld zal zijn met mensen die vrijwillig een kaartje kochten en vol goesting naar je werk komen kijken. Een waarin je omarmt dat je publiek divers is op alle denkbare vlakken.

Makers die hun jonge publiek serieus willen nemen, doen dat dus niet alleen in de voorstelling, maar ook tijdens de repetitiefase. Ze nodigen kinderen uit in de studio, testen scènes, vragen feedback en gaan in dialoog (verbaal of non-verbaal) met dat jonge publiek om te kijken of de voorstelling voor hen communiceert, resoneert. Kinderen zijn met uitstek ervaringsexperts als het gaat over kinderen. Tegelijkertijd behoedt het contact met echte kinderen de maker ervoor te denken dat er zoiets bestaat als ‘het kind’ voor wie je je voorstelling maakt. Kinderen zijn, net zoals volwassenen, ongelooflijk verschillend en wat voor de een te moeilijk, te luid, te abstract, te talig is, is dat voor een ander misschien net weer niet.

Als je het mij vraagt, is dat mede waarom voorstellingen voor een jong publiek zo rijk en uitdagend kunnen zijn. Omdat je wéét dat er een dwarsdoorsnede van de samenleving in je zaal zal zitten, zoek je naar manieren om al die verschillende lichamen en breinen op verschillende manieren te kunnen raken. Je kunt het je niet veroorloven om je te richten op een nichepubliek van ervaren cultuurliefhebbers die de zaal in komen met een rugzak vol culturele referenties, maar je wil tegelijkertijd wel een voorstelling maken die zich inschrijft in en verhoudt tot een artistieke traditie. Je wil een voorstelling bouwen die je publiek boeit en uitdaagt, maar je kunt er niet op vertrouwen dat ze allerlei ongeschreven kijkregels al kennen. Idealiter creëer je dus een voorstelling die rijk is aan lagen, maar ook aan aanknopingspunten om aan te haken.

En net daar gaat het wellicht mis, want traditioneel heeft circus veel ervaring – veel meer dan theater – met het aanspreken van een dwarsdoorsnede van de samenleving. Daardoor wordt er misschien aangenomen dat een toegankelijke voorstelling (whatever that may be) óók toegankelijk is voor kinderen. En daar wringt de schoen: hoewel kinderen een zeer gevarieerde groep toeschouwers zijn en leeftijd lang niet de enige pijler van hun identiteit is, is het wel een belangrijke parameter die hen onderscheidt van andere toeschouwers. Dus moet je leeftijd – en een leeftijdsaanduiding – de aandacht geven die hij verdient.

Dat betekent niet dat er geen kinderen welkom zijn in circusvoorstellingen voor volwassenen, maar dat is iets anders dan dat de voorstelling ook voor hen is. Misschien moeten we die voorstellingen dus een disclaimer geven in plaats van een leeftijdsaanduiding die lijkt te beloven dat de voorstelling voor kinderen is. “Niet ongeschikt voor kinderen” is eerlijk, maar lang. “Kinderen toegestaan”?

Auteur: Mahlu Mertens
Dit artikel verscheen in Circusmagazine #86 (mei 2026)