Keivin Benavides Hidalgo is jongleur en acro-danser, afgestudeerd aan ESAC en momenteel te zien in de voorstelling iRRooTTaa van Grensgeval & Circus Katoen. Als tiener kwam hij vanuit Costa Rica via circus in Europa terecht. Een droom achterna, maar daarbij steeds op de hielen gezeten door de economische en bureaucratische realiteit.
“Hey Keivin, in het voorlaatste gedrukte nummer van Circusmagazine (ken je het magazine?) willen we graag een interview met je opnemen. Heb je tijd voor een gesprek?” Het duurt even voor er een antwoord komt op het bericht: “Bedankt voor de uitnodiging. Ik word een beetje zenuwachtig van interviews.” Nog een paar berichten later zitten we – via onze computerschermen – tegenover elkaar. “Het is de eerste keer dat ik een interview geef,” zegt Keivin aan het begin van zijn verhaal, maar van de zenuwen uit zijn sms is weinig merkbaar terwijl hij me meeneemt van Costa Rica naar Berlijn, Brussel en weer terug. 2.500 hartstochtelijke woorden over circus die nog in echte inkt gedopt werden.
“Ik kom uit een klein dorpje in Costa Rica, Cocori. Een chaotische plek met veel sociale en drugsgerelateerde problemen. Vandaag is de situatie er een beetje beter, maar de armoede blijft hoog. Zelf kom ik ook uit een arm gezin. Op een dag kwam er een sociaal circus naar ons kleine dorp, Circo FantazzTico, om kinderen tussen zes en zestien jaar van de straat te halen. Twee keer per week kon ik er spelen, een beetje jongleren, … Al snel begon ik veel te trainen. Toen het circus een Zwitserse toelage ontving om voor twee maanden naar Europa te trekken, ging ik mee. Ik was twaalf en kwam in contact met andere circusartiesten, zag voorstellingen, reisde naar Italië, Duitsland, … Sindsdien deden we dat elke twee jaar.
Er kwamen ook vrijwilligers uit Europa naar Costa Rica. Een van hen vertelde me over de circushogescholen in Europa en dat ik er misschien naartoe kon gaan. Ik had geen idee. Hij toonde ons video’s – wij waren opgegroeid zonder internet, we konden nooit filmpjes zien. We droomden sowieso van een andere plek, ergens waar we van circus zouden kunnen leven. Iets wat in Costa Rica vrijwel onmogelijk was. Tenzij je klussen aannam die je niet wilde doen, zoals in een hotel gaan werken, waar ze je kleedden zoals zij dat wilden. Circus als louter entertainment. Maar er moest dus iemand van buitenaf komen om ons over de andere mogelijkheden te vertellen.
We reisden in die tijd veel naar Centraal-Amerika om er geld te verdienen. Op straat, aan verkeerslichten, op trouwfeesten, whatever. We leefden als nomaden, sliepen in tenten. Hoe ouder we werden, hoe meer onze ouders aanstuurden op een ‘echte’ job, zodat we financieel konden helpen.”
“In 2018 kreeg ik de kans om vrijwilligerswerk te gaan doen in Berlijn. Maar ik had mijn diploma nog niet gehaald, omdat ik altijd met circus bezig was en nooit met school. Ik moest slagen voor ik kon vertrekken. Dus dat deed ik. In Berlijn werkte ik in de sociale dienstverlening. Ik gaf jongleerles aan kinderen van vluchtelingen uit Pakistan, Syrië, … Elke dag opnieuw. Ik begon beetje bij beetje mijn motivatie voor mijn circuscarrière te verliezen, omdat ik zo lang moest wachten om echt iets te bereiken, snap je? Want als je niet uit Europa komt, dan ben je vooral constant bezig met de vraag: ‘hoe krijg ik mijn visumpapieren geregeld zodat ik hier kan blijven?’
Op een gegeven moment kreeg ik berichtjes van een paar vrienden: ‘Hé, er zijn binnenkort audities bij ESAC in Brussel.’ Toen begon ik de druk te voelen. Ik had al zo lang verkondigd dat het mijn droom was om naar die school te gaan – het was de enige school die ik kende – dus het was tijd om te springen. Ik geraakte door de voorselectie en moest naar Brussel om auditie te doen. De Flixbus deed er 80 uur over van Berlijn naar Brussel. Ik kwam doodmoe aan, bleef één nacht en toen begon de auditie. Gelukkig werd ik toegelaten. Het was waar ik van droomde sinds ik 15 jaar oud was; intussen was ik 23. Een lang gekoesterde droom die ik al die tijd had vastgehouden. En toen, plotseling, was het echt. Na mijn tranen van geluk was de eerste vraag die in me opkwam: ‘Oké, hoe kan ik deze school betalen, hoe kan ik hier wonen, waar haal ik het geld vandaan?’ Het eerste wat de school me vroeg was 100 euro registratiekosten. Ik heb het betaald en ben toen teruggekeerd naar Berlijn. Ik moest mijn vrijwilligerswerk daar opzeggen. Ze waren er niet zo blij mee, maar ik had een droom die ik moest verwezenlijken.
Ik had net genoeg geld bij elkaar gespaard om een ticket naar Costa Rica te kopen, waar ik alle papieren voor het visum moest regelen. Een paar vrienden hielpen me aan het geld voor het ticket terug naar Europa. Zo kwam ik in Brussel aan met twintig euro op zak. Ik kon gelukkig bij een vriend verblijven. Ik herinner me dat ik naar de supermarkt ging en er een ui, een paprika en een courgette kocht. Tegen de winkelier zei ik: ‘Dit is alles wat ik heb.’ Ik gaf hem het briefje van twintig. Toen had ik nog vijftien euro over. Op school moest ik een verzekering betalen voor het integratiefonds: vijftien euro. Ik had niets meer, behalve wat persoonlijke spullen. Maar ik was daar en genoot, had zoveel plezier, dacht niet zoveel na. Niet over de toekomst, over hoe ik mijn huur en de school ging betalen. Het was echt overweldigend, maar ik ben opgegroeid met weinig, dat leert je om ermee om te gaan.
Na een paar dagen begon de eerste schoolweek. ‘Je hebt een huis nodig waar je geregistreerd kan staan,’ werd me verteld. Met een paar vrienden uit de klas vonden we iets te huur, maar om er te kunnen wonen, moest er natuurlijk een borgsom betaald worden. Een vriendin gaf me 600 euro voor de borg. Toen had ik dus een huis. Het was een heel slecht huis, in Anderlecht, waar we met z’n drieën in een huis voor twee woonden. De omstandigheden waren erbarmelijk. Heel koud, maar we gebruikten de elektrische kachel niet omdat het te duur was. Slapen deed ik met een capuchon op, een sjaal en heel veel kleren aan. Ik deelde een kamer met een vriendin uit Frankrijk. We hadden een soort van muur gemaakt om onze kamers te scheiden. Mijn kamer was de kant met het raam, dat mijn deur werd. Elke keer moest ik vanuit de keuken via de tuin door het raam mijn kamer binnengaan. Dat vond ik een jaar lang leuk. Ik was heel blij met mijn nieuwe leven, maar ik moest er de hele tijd voor vechten. Het moeilijkste was de huur betalen. De eerste maanden betaalde een vriend voor me, want mijn familie kon me echt niet helpen, toch niet financieel, natuurlijk wel met steun en liefde. Ik hield wel contact met hen, maar vertelde niet hoe mijn situatie écht was. Het voelde alsof ik er helemaal alleen voor stond, omdat ik niet wilde dat ze zich rot zouden voelen. Want ze hadden natuurlijk spullen kunnen verkopen of me wat geld kunnen sturen, maar dat wilde ik niet.
Het eerste jaar was een beetje ingewikkeld, maar op de een of andere manier was ik gelukkig. Toen ik hier aankwam, had ik nog nooit een bankrekening gehad en amper een computer van dichtbij gezien. Ik herinner me dat de school me vroeg om een mailadres aan te maken. Dat was zo ingewikkeld om te leren. Ik was 23 en moest op veel vlakken van nul beginnen: administratie, verzekeringen, geld overschrijven, …
Brussel is heel multicultureel, het was ook indrukwekkend om zoveel mensen van overal te zien. Ineens werd ik me bewust van de politieke realiteiten. Ik heb echt veel geleerd van verschillende mensen van over de hele wereld.
Ik begon veel te werken bij verkeerslichten, zodat ik de vrienden die mijn huur betaalden kon terugbetalen. Toen begon het tweede jaar. Weer hetzelfde probleem: hoe de school te betalen, hoe de huur te betalen, … Ik was gemotiveerd, ik bleef trainen, de hele tijd – dat is mijn kracht, denk ik – in de hoop dat er iets goeds van zou komen. Altijd wachtend op het moment dat ik zou kunnen zeggen: ‘Oké, het is me gelukt’.”
“Toen de coronacrisis uitbrak, kwam me dat eigenlijk goed uit, want zo had ik een excuus om tegen de school te zeggen dat mijn familie me geen geld meer kon geven vanwege de pandemie. De school sprong bij om de huur en het eten te betalen. We hebben zo’n negen of tien maanden buiten de school doorgebracht, met veel Zoom-gesprekken. Na de lockdown verhuisde ik uit het koude huis. Een klasgenoot die financiële hulp kreeg uit Frankrijk en België wilde de helft van haar beurs met mij delen. Ze gaf me elke maand 600 euro – niet uit liefdadigheid, het was niet haar geld, maar omdat ze het me kon en wilde geven. Dat heeft mijn leven compleet veranderd. 600 euro per maand! Het was alsof ik eindelijk goed kon slapen – want ik herinner me dat ik dat niet deed. Ik zat de hele tijd vol zorgen, zeker wanneer de maand bijna voorbij was. Nu kon ik een computer kopen. Elke maand mijn huur betalen. Ik at beter, lekkerder, dingen die ik me nooit had kunnen veroorloven. Ik kon naar voorstellingen gaan, soms een biertje drinken in een bar. Beetje bij beetje begon ik dit leven te ervaren. Ik rondde mijn opleiding af en om in Europa te kunnen blijven, ben ik getrouwd.
Er volgde nog een moeilijke periode. Als je trouwt, mag je de eerste zes maanden België niet verlaten. Dus ik bleef de hele tijd in Brussel en begon er te werken: lesgeven aan kinderen, soms ook modellenwerk in tekenlessen en jongleren aan verkeerslichten. Ik kon in ieder geval mijn huur betalen, mijn eten, maar echt maar nét.
Op een dag stuurde een vriend me een auditie-oproep door van Grensgeval. Het was een jaar nadat ik was afgestudeerd. Ik ging naar de auditie, werd aangenomen. Mijn leven veranderde volkomen. Ik zat in een gezelschap, had een team rond me, we toerden veel. Voor het eerst kon ik me gewoon concentreren op wat ik doe, op mijn trainingen, in plaats van op mijn financiële situatie. Er kwam eindelijk stabiliteit.
Het was alsof ik eindelijk bij ‘de club’ aan de slag kon. Vanaf dat moment ging het ineens allemaal vanzelf. De circusgemeenschap in Vlaanderen en België is heel klein, dus je leert de gezelschappen en hoe het veld werkt snel kennen. Het is alsof je in een bubbel terecht komt. Je krijgt voorstellen, begint met een agenda te werken en ineens moet je zelfs nee zeggen tegen bepaalde opdrachten, omdat het gewoon onmogelijk is om altijd en overal beschikbaar te zijn. Het voelt fijn om daar te zijn, binnenin die bubbel.
De droom die ik sinds mijn 15de koester, is realiteit geworden. Ik kan leven van circus. Het is geweldig dat dit mogelijk is in België. Heel veel mensen hebben me onderweg geholpen. Nu ben ik zelf die persoon geworden die anderen kan helpen. Soms geef ik geld, als dat kan, omdat ik weet hoe het is om in zo’n moeilijke situatie te zitten.
Ik heb mijn familie wat video’s gestuurd, zoals van mijn afstuderen bij ESAC. Ik voel dat mijn moeder erg trots is. ‘Oh, maar je bent nu een professional,’ zei ze me op een keer. Ze zag me altijd in mijn geboortestad, waar ik optredens gaf met mijn grote circus. Ze dacht dat ik mijn tijd verspilde, ik hoorde het haar zeggen: ‘Wat doe je met je leven?’ Nu zag ze iets anders en dat voelde goed.
Als alles goed gaat en mijn lichaam meewerkt, heb ik werk voor de komende vier jaar. We beginnen aan een nieuwe creatie met Grensgeval, een bewerking van Korrol voor op straat. Daarnaast toeren we verder met iRRooTTaa. Met een vriend van me maakte ik een performatieve voorstelling waarin we jongleren met verf. Volgend jaar willen we samen aan een nieuwe creatie beginnen. Soms reis ik met Circus Katoen, om voor de baby te zorgen of voor de muziek van de show.
Het is ook fijn om soms nee te kunnen zeggen tegen ander werk. Zoals het lesgeven aan kinderen: dat deed ik omdat ik het geld nodig had, maar het hoeft nu niet meer. Gisteren waren we in het park een beetje acrobatie aan het trainen. Iemand sprak ons aan. ‘We hebben een paar acrobaten nodig voor een video en we betalen ervoor.’ En op de een of andere manier was ik heel blij om te zeggen: 'Sorry, nee, dat doe ik niet, ik ben hier gewoon aan het trainen.’ Het is fijn om niet elk aanbod meer te hoeven accepteren omdat je het geld nodig hebt.”
“Weet je, dit is maar één verhaal van twijfels, maar er zijn zo veel mensen uit Latijns-Amerika die geen geld hebben, maar wel hier in Europa willen zijn. Misschien kan mijn verhaal hen motiveren om de sprong te wagen. Elke keer als ik terugga naar Costa Rica, vertel ik dat het mogelijk is om naar Europa te gaan, om er te werken, naar school te gaan, zelfs als je arm bent. Ik ben het levende bewijs.
Soms heb ik het met een paar vrienden over het opzetten van een trainingsruimte of een kleine school in Costa Rica. Waar we de informatie die we vergaarden door kunnen geven. Maar dat is iets voor de toekomst. Beetje bij beetje is er daar meer mogelijk, omdat mensen het land uitgaan, terugkomen, nieuwe informatie meebrengen. Ik denk ook dat het internet veel helpt. Toen ik begon, was die connectie er niet. Nu is de informatie binnen handbereik.
Wanneer ik terugkom in Costa Rica, in de prachtige natuur daar, ervaar ik welke opoffering ik moest doen om dit andere leven te kunnen leiden. Ik ben heel blij om hier te zijn, maar soms vraag ik me af hoe het zou zijn als dit Costa Rica was. Dat zou het paradijs zijn. Maar misschien kan ik niet te veel van het universum vragen.”
Auteur: Ine Van Baelen
Foto’s: Michiel Devijver
Dit artikel verscheen in Circusmagazine #86 (mei 2026)
Circusmagazine is het driemaandelijks tijdschrift voor de circuskunst. Op eigentijdse wijze bericht het over verleden, heden en toekomst van de circuswereld in Vlaanderen and beyond.
Abonneer je hier