Duurzaamheid in de circussector - trots, schaamte en toekomstdromen

Duurzaamheid staat vandaag terecht hoog op de agenda. Het gaat verder dan alleen het minimaliseren van de ecologische voetafdruk, het gaat ook over andere economische en sociale keuzes: ethisch verantwoorde investeringen, het creëren van maatschappelijke impact, het tegengaan van zichtbare en onzichtbare drempels, het inzetten op volhoudbare creatieprocessen,… We willen graag te weten komen hoe de circussector hieraan werkt. Maar ook waar we nog tekortschieten en wat onze dromen zijn. Iedereen kan op zijn eigen manier een steentje bijdragen, of niet? En mogen we af en toe ook zondigen?

Drie vragen rond duurzaamheid aan mensen uit de sector.

1. Waar denk je vandaag al een verschil te maken?

2. Waar schaam je je stiekem voor?

3. Wat zou jouw werk (en bij uitbreiding de circussector) nog duurzamer kunnen maken?

GAb

Gab Bondewel – circusvrijhaven De Clinch

1. Het is ongelofelijk wat er allemaal weggegooid wordt. We hebben De Clinch voor een groot deel gerealiseerd met recuperatiematerialen zoals ramen en isolatiemateriaal, maar ook het licht- en audiomateriaal werd gerecupereerd. De droogtoiletten op het festival besparen dan weer tonnen water.

2. We schamen ons voor de plastic wegwerplepelkes op ons festival. Al zou het wel kunnen dat we ze gekregen hebben.

3. Proper transport, een treinverbinding naar Clinge en echte lepelkes.

joris

Joris Verbeeren – artiest bij Company Midnight

1. Om eerlijk te zijn maken wij voor onze job geen verschil, integendeel, we rijden veel kilometers en verbruiken dus veel brandstof. Als we al een verschil maken, is het op persoonlijk gebied, maar zeker niet werkgerelateerd.

2. Ik schaam me niet echt stiekem.

3. Het eerste waar ik aan denk, is om onze tournees beter te plannen. In realiteit rijden we veel heen en weer en maken we dus veel (onnodige) kilometers. We denken eraan om onze tournee van volgend jaar meer zelf te organiseren zodat we in een bepaalde tijdspanne binnen een bepaalde regio blijven en de afstanden zo kleiner zijn. Dat bespaart niet enkel kilometers, maar ook tijd voor ons en kosten voor de organisatoren. De realiteit leert ons echter dat het soms utopisch is en niet evident om het zo georganiseerd te krijgen.

jessika

Jessika Devlieghere – circusatelier Cirkus in Beweging

1. Bij Cirkus in Beweging plaatsen we leefbaarheid, houdbaarheid en rechtvaardigheid centraal in heel de werking. We dragen zorg voor onze mensen en hun grenzen door te verbinden en te luisteren naar elkaar en te schakelen waar nodig. Dankzij de horizontale organisatiestructuur investeren we elke dag in de persoonlijke en professionele groei van heel het team. Daarnaast blijft ook de zorg voor een echte inclusieve samenleving ons inspireren tot verdieping van bestaande en nieuwe partnerschappen en nieuwe trajecten. Onze maatschappelijke zorg gaat ook verder. Zo openden we een TRIODOS rekening en stapten verschillende collega’s over naar de NewB/VDK-bank voor hun persoonlijke rekeningen. Dankzij Leuven Boomt! plantten we al bijna 1000 bomen in Vlaanderen en in De Tropen. In november 2024 planten we zelfs een Leuvens wonderwoud in samenwerking met CIRKLABO en Bos+. We pasten onze werking aan in functie van meer duurzame mobiliteit door ons geografisch bereik voor workshops en animaties tot de regio Vlaams-Brabant te beperken. We kochten geen tweede wagen maar twee bakfietsen. In onze internationale projecten reizen we steeds meer met de trein. We spraken af om voor alle afstanden -1000 km (of bereikbaar in 12u met trein of bus) niet meer te vliegen. Al onze catering is sinds enkele jaren volledig vegetarisch en we scoren altijd heel wat TooGoodToGo’s. Als kers op de taart verhuizen we in 2025 naar ‘ons nieuwe’ volledig passief circusgebouw, maar dat is dankzij Stad Leuven.

2. Ik durf al eens sneller te reageren of een scherper woord te gebruiken dan ik eigenlijk wil. Ik eet graag een boterham met salami. Zonder notablok draait mijn brein in de war en dus schrijf, teken, kleur en schrap ik vellen vol. Ik blijf ijveren voor samenwerking met circusorganisaties ver buiten onze Europese grenzen, en voel dat mijn rechtvaardigheidsgevoel daar zwaarder doorweegt dan mijn ecologische voetafdruk, maar dan bedenk ik, ook dit is écht wel investeren in een duurzamere wereld. Maar het meeste schaam ik me omdat ik soms echt wel denk: 'fuck it all!!!’ Omdat de ecologische en ethische smeerlapperij van zovele oorlogen, van de totaal doorgeslagen massaproductie en van miljardairs met ruimtevaartaspiraties zo waanzinnig groot is, dat een tournee met een circustent doorheen Europa dan misschien toch ook moet kunnen.

3. Praten we over hetzelfde als we het over duurzaamheid hebben? Waar kunnen we van elkaar leren op verschillende domeinen? En hoe kunnen we samen onze impact vergroten? Waarom lanceren we geen Circus Boomt! Campagne met de hele sector en vertienvoudigen we zo het aantal bomen dat we planten? Of laat ons een duurzaamheidscharter van de sector opstellen met straffe doelen en een actieplan. Een gedroomde rol voor Circuscentrum, toch?!

emma

Emma Ketels - spreidingsbureau JE BURO

1. Circus heeft een grote maatschappelijke impact - vaak woordeloos en op plekken waar je het niet altijd verwacht. Klaartje (Brouns, partner binnen JE BURO, red.) en ik zetten sterk in op het ondersteunen van artiesten door tijdens de creatie en het touren op zoek te gaan naar de juiste nabijheid van de makers om de uitdagingen en de gevoeligheden te detecteren. Voor ons is duurzaamheid ook: ‘je wil dit kunnen blijven doen’, zowel voor ons als voor de artiesten. We willen vermijden dat we opbranden of het plezier niet meer hebben in wat we doen door te plannen op lange termijn.

2. Een van de grootste uitdagingen waar we als spreidingskantoor mee te maken hebben, is het ecologische aspect van touren, dus echt stiekem is dat niet. Touren kan nooit volledig duurzaam zijn, omdat elke voorstelling een uniek moment is en elke herhaling het milieu, de artiest,… opnieuw belast. Daarnaast maken we soms keuzes die economisch gunstiger zijn, maar ecologisch gezien minder verantwoord. Denk aan het kiezen van een oudere bestelwagen boven een milieuvriendelijker gloednieuw elektrisch voertuig, of een goedkope vlucht in plaats van een duurdere slaaptrein. Dat zijn dilemma's waar we dagelijks mee worstelen. Toch geloven we dat je kunt inzetten op duurzaamheid, bijvoorbeeld op het vlak van werk-privébalans, en tegelijkertijd erkennen dat er nog werk aan de winkel is op ecologisch gebied. Beide kunnen naast elkaar bestaan.

3. De grootste wins liggen hier voor mij in het vergroten van de maatschappelijke impact van circus, op sociaal vlak barrières doorbreken.

bibi

Bibi Bert - Circuscentrum

1. Bij Circuscentrum volgen we al een hele tijd enkele standaardrichtlijnen als het over ecologie gaat: onze catering is vegetarisch, verplaatsingen gebeuren zoveel mogelijk met de trein, over aankopen wordt goed nagedacht en er wordt gecontroleerd op ecolabels, met energieverbruik gaan we voorzichtig om… Vanuit onze werking proberen we regelmatig initiatieven op poten te zetten om mensen rond het thema samen te brengen, bijvoorbeeld good practices uit de circus- of culturele sector bespreken. Niet elk initiatief werkt, en dat is soms jammer, maar ook daar leren we uit. Duurzaamheid of ecologie is soms ingewikkeld. Het is een makkelijk thema om over te spreken omdat iedereen de problematiek kent, maar tegelijk soms een moeilijk thema omdat er geen oplossingen zijn die succes garanderen en soms ook een extra inspanning of investering vragen. Maar het is fijn om voor een organisatie te werken die zich hierin blijft vastbijten.

2. Aha! Goeie vraag. Uit onze focusgroepen en gesprekken onder collega’s merkten we dat er rond het thema duurzaamheid een soort ‘ik doe nog niet genoeg’-schaamte hangt. Maar eigenlijk houden heel veel mensen hier bijna bij elke beslissing (bewust of onbewust) al rekening mee. Elke actie, hoe klein dan ook, is een stap in de goede richting, dus wuif die schaamte weg. High five in de plaats iedereen die je tegenkomt down the eco-road. Goeie moed is het halve werk!

3. Het onderwerp levendig houden, er blijven over praten en een actieplan op poten zetten. Als de circussector zich ergens voor inzet dan vliegen (of beter treinen, fietsen, carpoolen...) we vooruit!

tim

Tim Billiet – festival Cirque Plus

1. Een vegetarisch aanbod in de backstage én op festival. Dit is een keuze die we enkele jaren geleden maakten en ook impliciet opleggen naar onze bezoekers toe. Het inschakelen en samen laten werken van vrijwilligers van alle leeftijden (van 20 tot 75 jaar) en achtergronden (refu-interim, viro). Het (her-)gebruik van materialen over de verschillende edities die ook voor andere projecten binnen onze organisatie worden gebruikt, vb. bestek, maar ook het recupereren van hout voor decoratiewerken.

2. Het gebruik van een generator tijdens het festival terwijl er naast ons terrein een hoogspanningskast staat. De kosten voor activatie en gebruik ervan zijn fors hoger dan het huren van een generator...

3. Festivals afschaffen? Afstappen van een festivalformule waarbij alles (programma, materiaal, publiek) in drie dagen moet gepropt worden? Een volledig circusdorp neerpoten voor drie dagen is helaas niet erg duurzaam.

ine

Ine Van Baelen – Post uit Hessdalen

1. Met ons gezelschap Post uit Hessdalen maken we deel uit van De Loods, een gezamenlijke werkplaats waar materiaal, kennis en ruimte worden gedeeld door artiesten. Elke vijs of plank kan hier een tweede (of derde) leven krijgen, kostbare repetitieruimte wordt optimaal benut en inzichten beïnvloeden elkaar. In de afgelopen jaren hebben we samen met een groep podiumkunstenaars een intensief traject afgelegd om een ethisch charter te ontwikkelen dat we als een soort gezamenlijke paraplu boven onze onafhankelijke artistieke werkingen zouden houden. Zo wilden we artistieke kwaliteit verbinden aan de zorg voor kunst (kunstenaar, kunstwerker en kunstlandschap) en de zorg voor de samenleving. Heel veel dingen uit het charter zouden al lang vanzelfsprekend moeten zijn, maar zijn dat - als je rondvraagt - allesbehalve. Correcte verloning van alle medewerkers volgens de CAO; duurzame tournees waarbij niet voor één enkele voorstelling ver wordt gereden of gevlogen en voorstellingen lang op het repertoire kunnen blijven; delen, hergebruiken en recycleren van materialen; zorgen voor werkbaar werk; psychosociale omkadering voorzien; solidair zijn met alle spelers binnen de sector in het aanvragen van subsidies en het bepalen van uitkoopsommen (geen projectsubsidie aanvragen indien je structureel ondersteund wordt, zorgen dat uitkoopsommen kostendekkend zijn zodat je niet onder de marktwaarde speelt); tijd investeren in bijscholing en in zelfevaluatie van al het bovenstaande. De groep rond het charter is jammer genoeg gesplitst, maar de letters op papier vormen nu een handleiding en echoën in alles wat we doen.

2. Dat ecologische en duurzame keuzes kunnen maken een uiting is van de geprivilegieerde monoculturele bubbel waarbinnen wij ons bewegen, binnen de kunsten en in de samenleving. Dat we om iets aan te kaarten – zoals we de ontmenselijkte realiteit van de pakjesbezorger verbeelden in de voorstelling PAKMAN - of hoe onze beleving van tijd en ruimte economisch gekaapt wordt in de nieuwe creatie Ballroom - een ander probleem mee in stand houden doordat we met twee vervuilende dieselvrachtwagens rondrijden. Dat we dat afkopen met een vegetarische levensstijl en met in de regel niet te vliegen om te gaan spelen, maar daarmee eerder ons geweten en niet zozeer de lucht zuiveren.

3. Ik moet denken aan het prachtige boek Kleine Adam, over een dappere, kleine jongen die niet tevreden is met de wereld zoals hij nu is. Hij veegt de hele wereld in de afvoerpijp en begint hem met zijn krijtjes en veel verbeelding opnieuw te tekenen. Maar dat loopt een beetje anders dan hij had verwacht. Het was één van mijn lievelingsboeken als kind en zou ik vandaag even moedig en daadkrachtig als Kleine Adam zijn, dan zou ik bijvoorbeeld de sociaaleconomische en culturele drempels die mijn eigen praktijk en het circusveld allesbehalve inclusief maken naar de afvoerpijp vegen. Vervolgens zou ik mijn krijtjes nemen en alle eilandjes verbinden tot één genereus podiumkunstenland waarbinnen er langdurig en diepgaand wordt samengewerkt.

side-show

Aline Breucker en Quintijn Ketels – Side Show

1. Mahatma Gandhi zei ooit, 'In a gentle way, you can shake the world'. Voor Side-Show is de zoektocht naar duurzaamheid vooral een oproep tot traagheid, reflectie en authenticiteit. Een dialoog creëren over de fundamentele behoeften van artiesten, publiek en de gemeenschap. Het is essentieel om te waken over het welzijn van de mensen die deel uitmaken van de praktijk van Side-Show. Geen stappen overslaan, zorgen dat iedereen mee kan, rekening houden met elkaars eigenheid en noden. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid. In de eerste plaats ten aanzien van jezelf. Wie de kans krijgt om voor zichzelf te zorgen en in een zorgzame omgeving te werken, is beter in staat om collega's te ondersteunen en te coachen. Met zachtheid en empathie omgaan met jouw publiek, aandacht geven aan het welzijn van artiesten en technici, in het besef dat hun mentale en fysieke gezondheid een essentieel onderdeel is van een dynamische en duurzame sector.

2. “Don’t let me burn out.” Ondanks onze toewijding die we uitgebreid hebben uiteengezet bij antwoord 1, slagen we er helaas niet altijd in om deze zachtheid en zorg ook op onszelf toe te passen. Als makers worden we maar al te vaak geconfronteerd met realiteiten die haaks lijken te staan op onze waarden. Als een “catch 21”-situatie lijkt deze realiteit onze praktijk steeds terug in te halen. Ten tweede is onze ecologische voetafdruk als nomadisch gezelschap nog steeds groter dan we zouden willen. We hebben nog steeds de tendens om met grote decorstukken en veel attributen te werken die dus nooit in een valiesje passen dat we mee op de trein kunnen nemen.

3. Naast een kleinere ecologische voetafdruk, een grotere zorgzaamheid voor alle actoren waarmee we omringd zijn. Als sector laten we onszelf steeds meer meedrijven in een concurrentiële logica waarbij we onszelf en anderen de druk opleggen om veel te produceren en op te treden, voortdurend aanwezig te zijn, resultaatsgericht te zijn. Met uitval en uitsluiting tot gevolg. Laten we onze sector meer als een creatieve vrijplaats benaderen, waar onderzoek en verdieping voor groei zorgen, falen mag, net als nieuwsgierig zijn naar wat anders is en ermee in dialoog gaan. Zodat ons artistiek werk diverser en toegankelijker wordt, zo bijdragend aan een duurzamere gemeenschap.

rode boom

Kurt Demey – Rode Boom

1. Bedrijven, mensen en organisaties die een verschil maken, zijn zij die vanuit hun hart leiden. Wij zetten daar erg op in. Als je vanuit je ware zelf werkt, draag je zorg voor alles om je heen en sta je in je kracht tijdens je missie. Verder proberen we een klein verschil te maken door de keuze van attributen en decors te laten afhangen van het aantal keer dat we de voorstelling spelen. Verder zetten we ook in op recyclage: als je bij Rode Boom op het droogtoilet komt zitten zal je zien hoe de planken van Ongekende Evidenties een tweede leven kregen. Onze magievoorstellingen verschillen in materiaalgebruik zeer sterk van ’traditionele magie’, we gebruiken natuurelementen, hout, zand, stenen, kastanjes... i.p.v. glitter en dure lichteffecten. Bij het touren reizen we allemaal samen, inclusief materiaal, met één camionette en we doen slechts één keer om de vier jaar een grotere tournee met het vliegtuig. Heel recent zetten we onze magie ook in tijdens retraites waar grote bedrijven, leiders uit de sociale sector bijeenkomen om te leren hoe ze vanuit het hart in hun leiderschap kunnen staan en een verschil kunnen maken in de grote nieuwe uitdagingen zoals bv. de klimaatcrisis.

2. In enkele voorstellingen zit een interactieve routine waarbij elke toeschouwer twee foto’s verscheurt. Het resultaat van de routine is een sterke betekenisvolle verbindende emotie. We merken dat veel toeschouwers hun gescheurde foto voor jaren bijhouden. Maar toch worden er dus voor een zaal van 300 personen telkens 600 foto’s verscheurd. Ik vraag me af of foto’s echt recycleerbaar zijn? Onze Olifant Tembo is uit polyester gemaakt. Ik had het liefst een duurzamer materiaal gevonden, polyester is dat helaas niet. Ik troost me ermee dat de olifant lang mee zal gaan binnen de compagnie, maar ik schaam me voor de materiaalkeuze. Verder staan we heel weinig stil bij hoeveel energie de digitale wereld opslorpt, we whatsappen en mailen erop los. Omdat het elektrisch is, lijkt het allemaal niet zo erg, maar het is een illusie. Zelfs wij illusiemakers laten ons daardoor vangen.

3. Het perspectief hoe we denken, zal heel belangrijk worden. We moeten niet een stap terugnemen, dat zal moeilijk worden. We zijn verslaafd aan ons leven. Hoe kunnen we een stap verderzetten, wordt dan de vraag. Maar een stap verderzetten, wil niet zeggen dat we dan allen elektrisch moeten gaan rijden. We vergeten hier het zorg dragen en het nemen van onze verantwoordelijkheid. Want in al die oplossingen blijft de consumptie en verslaving gevangen. Je bewuster verplaatsen zal meer bijdragen in verduurzaming dan over te schakelen op een andere energiebron en gewoon verder doen. Het zal ‘anders doen’ worden. En dat is toch een heel fijne uitdaging.

Dit artikel verscheen in Circusmagazine #81, de special in het kader van de landschapstekening (november 2024)