Het circus als oefening in democratie

Circus staat voor chaos. Voor klungelwerk. Voor een beschamende vertoning van kunstjes. Met veel lawaai weinig inhoud. Iedereen doet maar wat en niemand weet waarheen.

Merkwaardig toch? Al wie immers ooit een circusartiest aan het werk zag en al zeker wie circus beoefent, weet dat circus geen chaos is. Achter elke salto zitten uren training. Een menselijke piramide blijft niet overeind door profileringsdrang en persoonlijk gewin, maar dankzij vertrouwen en solidariteit. En een vangnet ligt er niet ter decoratie, maar om op te vangen wie valt. Het circus weet: afhankelijkheid is geen zwakte. Het is net de constructie.

Circus heeft altijd ruimte gemaakt voor wat elders buiten de norm viel. Voor buitenbeentjes, misfits, lichamen die niet in het plaatje pasten. Verschil is er geen probleem dat eerst moet worden ‘opgelost’. Verschil ís het materiaal.

En dan is er de clown die de macht van haar sokkel haalt. Die de keizer in zijn blootje zet. Die de macht uitkleedt, niet om haar uit te lachen maar om mechanismen zichtbaar te maken en te ontregelen. Het is een van de oudste politieke krachten van circus: het vermogen om de verhoudingen (letterlijk ook) even ondersteboven te keren.

Uiteraard moeten we niet blind zijn circus is niet altijd een ideale samenleving: ook daar bestaat machtsmisbruik, uitsluiting en conformisme. Circus kan evengoed worden ingezet om lichamen te disciplineren of macht te verheerlijken. Maar het kan ook een plek zijn waar we oefenen in iets wat de democratie hard nodig heeft: verschil verdragen, risico delen, macht bevragen en elkaar opvangen.

Laat ons ophouden circus te gebruiken voor alles wat in de politiek misgaat. Misschien moet de politiek gewoon wat minder circus worden. Of, beter nog: wat meer écht circus.