(c) Toon Van Gramberen
(c) Toon Van Gramberen

Circuscentrum reageert op het begrotingsakkoord van de Vlaamse Regering en de aangekondigde besparingen op cultuur

Vooreerst dank aan minister van Cultuur Caroline Gennez om kunstenaars en circusartiesten te vrijwaren van besparingen. Ze zijn inderdaad een prioriteit. Maar dat wil niet zeggen dat al de rest niet essentieel is. (“We hebben gesnoeid in tussenstructuren, zoals bijvoorbeeld bovenlokale musea en steunpunten. Dat is niet de essentie”, aldus minister Gennez in Terzake 1 oktober)

Door te besparen op het bovenlokale niveau, de grote steden en de steunpunten, knip je het zo gewaardeerde fijnmazig Vlaamse culturele ecosysteem aan stukken. Het is kortzichtig te denken dat kunstenaars dat niet zullen voelen.

Door te besparen op het bovenlokale niveau, de grote steden en de steunpunten, knip je het zo gewaardeerde fijnmazig Vlaamse culturele ecosysteem aan stukken. Het is kortzichtig te denken dat kunstenaars dat niet zullen voelen. Ze mogen blijven maken, maar vinden steeds moeilijker plekken om te spelen. Ook internationaal implodeert de afzetmarkt. En wie biedt hun straks nog expertise, nabij advies en een kritische blik op de sector? Wie verbindt, signaleert en kijkt verder dan de volgende productie of subsidieronde?

De sectorsteunpunten zijn geen overbodige tussenlaag, ze zijn knooppunt én buffer. Ze verzamelen en delen kennis, ondersteunen makers en organisaties en verbinden spelers die elkaar anders veel moeilijker vinden. Ze geven info aan en over de sector en minstens even belangrijk: ze creëren ruimte om uit te zoomen, terwijl kunstenaars en organisaties gevangen zitten in de ratrace van produceren. Zonder die uitzoom dreigen we te drijven op de waan van de dag. En op die van de politieke arena.

De sectorsteunpunten zijn geen overbodige tussenlaag, ze zijn knooppunt én buffer.

En dan is er nog de olie die de machine moet doen draaien. Of beter: Geld. De essentie is dat cultuur het met een schamel deel van de begroting moet stellen, terwijl het Vlaamse kunstenveld wereldwijd uitstraling geniet en tegelijk iedereen in Vlaanderen kan verblijden. Of het nu opera is of een caféconcert, een circusvoorstelling in een gerenommeerd kunstenhuis of een circusartiest op straat. Daarop had niet weeral bespaard mogen worden.

Intussen dreigt het debat uiteen te vallen in kampen: kunstenaars tegenover structuren, kunsten tegenover erfgoed en sociaal-cultureel werk, maken tegenover ondersteunen. Terwijl net die samenhang de kracht van een ecosysteem, en al zeker dat van circus, bepaalt. En weet je wat het treurigste is? Dat cultuur, al naargelang de politieke windrichting, telkens opnieuw de speelbal wordt. Zonder langetermijnvisie, zonder de fundamenten van het systeem zelf in vraag te stellen. Dat betekent niet dat alles moet blijven zoals het is. Ook subsidiemechanismen en structuren moeten in vraag durven gesteld. Hervormen vraagt echter een visie op wat in de plaats komt. Maar in plaats van een andere machine te bouwen, die bestand is tegen de uitdagingen van morgen, worden gewoon de radertjes eruit gehaald.

Het debat dreigt uiteen te vallen in kampen: kunstenaars tegenover structuren, kunsten tegenover erfgoed en sociaal-cultureel werk, maken tegenover ondersteunen.

Het is niet omdat iets prioritair is, dat het andere niet essentieel is. Het is niet omdat iets minder zichtbaar is, dat het onbestaande is. De artiest staat boven op de piramide en ontvangt het applaus. Maar als er onder die artiest niets meer zit, blijft er weinig over om op te staan. Dan tuimelt ook de artiest naar beneden.

2 oktober, Circuscentrum, steunpunt voor de Vlaamse circussector

Laatste update
02/10/2026