© Michiel Devijver

In september 2025, vond tijdens de kleine stooringe, het circusfestival in Roeselare een overleg plaats over het belang van erfgoed bewaren.

In het circus gaan verleden en heden hand in hand, maar toch blijkt net die bijzondere band erg fragiel als het gaat om zorgzaam omgaan met ons circuserfgoed. Schoendozen vol ‘van alles’, fotoalbums aangevreten door muizen of vocht, waardevolle circusaffiches die verdwijnen in Amerikaanse privécollecties, de bekende olifantenpedestal die nog net gered wordt van het oud ijzer… de tijd om te handelen is nu, als het al niet vijf na twaalf is. Dat is toch de bezorgdheid die leeft in de circussector wat betreft het bewaren van ons circuserfgoed in Vlaanderen.

Overleg rond circusarchief
©Liv Laveyne

In september 2025, tijdens de kleine stooringe, het circusfestival met een bijzondere focus op het circusverleden in Roeselare vond een overleg plaats over het belang van erfgoed bewaren, al kreeg het meer en meer de allure van een crisisberaad. Aan tafel: Jan Inghelbrecht (privé verzamelaar), Luc Poppe (House of Mysteries, belevingsruimte rond magie en illusie) en Nikolaas Martens (Mystery Lab, non-profitorganisatie die het erfgoed van de magiekunst en aanverwante kunsten bestudeert), Mariet Calsius (CEMPER, landelijke dienstverlener voor muziek- en podiumerfgoed), Alexander Wijsen (Cirque Alexandre Bouglione) , Lien Vanbossele (productie en dramaturgie bij o.a. Bert Berg), Xavier Depaepe (Wiener Circus), Gwendolien Sabbe (programmator CC De Spil en festival groote en kleine stooringe, onderzoeker CircusNomads), Evelien Jonckheere (museum Huis van Alijn), Liv Laveyne en Matilde Ruppert (Circuscentrum). Geen passender decor om dit overleg over erfgoed hier te hebben: gezeten in de feestelijke oude trouwzaal van het Stadhuis in Roeselare, waar een nieuw gebouw rond het oude stadhuis werd opgetrokken als een soort cocon. Symbolischer kan niet. Na het overleg was er een Pecha Kucha waarin zes circusmensen tonen hoe hun hedendaagse praktijk wortelt in traditie. Want zonder wortels, geen leven.

Zonder wortels, geen leven. De tijd dringt nochtans wat betreft het bewaren van het circuserfgoed in Vlaanderen en de context is er om naar te handelen: binnen het pilootproject ‘nalatenschappen van kunstenaars’, dat door de Vlaamse Overheid werd geïnitieerd, werd Circus Ronaldo opgenomen wat een mooi voorbeeld stelde naar de sector. Er is de geplande optimalisering van het Circusdecreet in 2026 én er is het lopende traject rond de erkenning van circus als immaterieel erfgoed in Vlaanderen. Erfgoed – laat dat duidelijk zijn - is geen dode materie maar het levend houden van geschiedenis en praktijken die we waardevol vinden om door te geven aan volgende generaties.

Vlaanderen heeft een omvangrijk circuserfgoed: de traditionele circusfamilies die vaak een wijdvertakte stamboom hebben, de hedendaagse circusgezelschappen, werkplaatsen en ateliers… Allemaal bouwen ze mee aan dat steeds groter wordende circuserfgoed. Al is dat archief momenteel misschien meer spreekwoordelijk dan wel in de realiteit. Want ook al hamert de overheid – terecht - op het belang van archivering binnen de kunsten, en is die nood zelfs nog groter bij de vluchtige podiumkunsten, het probleem blijft er een van: geen tijd, geen plek, geen mensen, te weinig geld, maar ook weinig kennis van hoe met dat erfgoed omgaan. Maar ook bestaande circuscollecties worden bedreigd. Reizende circussen zijn nog kwetsbaarder voor archivering. Circus is zwerfgoed... Vlaanderen wordt leeggeroofd of het erfgoed verdwijnt op de vuilnisbelt.

Zonder wortels, geen leven. De tijd dringt nochtans wat betreft het bewaren van het circuserfgoed in Vlaanderen en de context is er om naar te handelen.

Archiefversnipperaar

“We spreken vaak over erfgoed maar als het gaat over concreet zorg dragen voor dat erfgoed ben ik enorm bezorgd dat het verdwijnt of versnipperd raakt en dat - als we nu niks doen - het uit onze handen glipt,” zegt Gwendolien Sabbe, programmator in CC De Spil maar in haar vrije tijd ook gepassioneerd onderzoeker naar de geschiedenis rond de Vlaamse circusartiesten die in de vorige eeuw naar Amerika trokken en sier maakten in grote circussen als Barnum&Bailey.

De uitdagingen waarvoor de circussector zich gesteld ziet, zijn niet min. Er is geen enkele instelling in Vlaanderen (en België) die expliciet de opdracht kreeg om het erfgoed van circus te bewaren. Het Huis van Alijn in Gent bewaart circuserfgoed als deelcollectie van het collectieplan van cultuur van alledag. Dit gaat weliswaar gepaard met selecties aangezien het aankoopbudget en de depotruimte niet oneindig zijn. Een volledige structurele archivering van het circuserfgoed in Vlaanderen zijn bijgevolg niet uit te voeren via het museum zonder extra financiering hiervoor.

“Wat zit er in bestaande archieven aan circusmateriaal? Dat kan gaan van grote stukken zoals woonwagen, attributen van attracties, kostuums, tot affiches, flyers, ondernemingsarchief, persstukken, tijdschriften. “Het nadeel is dat er in de erfgoedsector wel afstemming is maar dat zowel materiaal als kennis verspreid zit. Als buitenstaander is het evenwel niet evident om hier zicht op te krijgen zonder het gevoel te hebben dat je van het kastje naar de muur wordt gestuurd. En toegegeven niet alle erfgoedtypes en regio’s in Vlaanderen zijn gedekt door de beleidskeuzes. Dat is vervelend maar dat zijn nu eenmaal de omstandigheden waarin we moeten werken. Al is het de vraag of er vanuit de Vlaamse Overheid niet meer naar eenheid zou kunnen worden gestreefd,” zegt Mariet Calsius van CEMPER.

Het is al belangrijk dat je weet dat het er is, en waar het is.

Mariet Calsius

Maar ook op Europees niveau ontbreekt gecentraliseerde kennis. Er zijn weliswaar enkele grote archieven en bibliotheken (zoals Artcena en de bibliotheek van CNAC in Frankrijk). Het omvangrijke archief van Fabien Audooren (voormalig directeur van het vroegere Internationaal Straattheaterfestival Gent dat nu gekend is als Miramiro), een schat aan de geschiedenis rond de straatkunsten in Vlaanderen, verhuisde uit Gent en zit inmiddels in Artcena. In maart 2025 vond de eerste Circus History Conference plaats in Londen, waar expertise rond circusgeschiedenis werd uitgewisseld. “Ook daar is archief -en erfgoedbeheer geen taak, maar het is misschien wel een potentieel netwerk,” zegt Matilde Ruppert (Circuscentrum).

Ook in de podiumkunsten is er geen echt gecentraliseerd archiefbeleid. Het initiatief van STUK, huis voor beeld, dans en geluid, om een danserfgoedwerking uit te bouwen rond het ‘borgen van immaterieel erfgoed’ in het hart van het hedendaagse dansveld, dreigt binnen de huidige besparingen op cultuur in Vlaanderen te verdwijnen. De bibliotheek van het vroegere VTi (Vlaamse Theaterinstituut) werd overgebracht naar het Letterenhuis maar de focus op tekst houdt geen rekening met de multimediale context waarin de podiumkunsten zich ontwikkelen. “Op zich hoeft al die decentrale bewaring geen probleem te zijn”, zegt Calsius. “Het is al belangrijk dat je weet dat het er is, en waar het is.” Onder meer de grote collectie circusboeken van het Huis van Alijn werd in bruikleen aan het Circuscentrum geschonken om een ruimte te kunnen voorzien waar de boeken vrij raadpleegbaar zijn. Erfgoed is echter geen beleidsprioriteit van het steunpunt waardoor tijd en middelen ontbreken om dit op een professionele manier te ontsluiten.

De grote verdwijntruc

“Wie denkt dat met gewoon in kaart brengen van wat waar zit, het circuserfgoed te hebben gewaarborgd, is naïef. Die perceptie maakt het circuserfgoed zo kwetsbaar. Veel circusverzamelaars zijn vooral van een oudere generatie en dan nog vooral mannen - dat alleen al is een onderzoek op zich waard. Wat gebeurt er? De man overlijdt, de partner blijft alleen achter en dan rijst de vraag: wat met die circuscollectie?” zegt Sabbe. De waardevolle spullen worden online verkocht en gaan voor veel geld naar het buitenland en de rest (dat misschien geen financiële waarde heeft maar wel cultuur-historische waarde) belandt in het containerpark.

Waardevolle spullen volgen de weg van het geld, en die weg leidt momenteel overduidelijk naar Amerika waar er veel in privécollecties belandt.

Evelien Jonckheere

Jan Inghelbrecht laat het niet zover komen. Hij verzamelt al sinds de jaren zeventig circusmemorabilia: affiches, contracten van impresario’s, een collectie aan meer dan honderd waardevolle kostuums. Hij is in gesprek met een buitenlandse instantie om zijn collectie later te laten overnemen bij gebrek aan een instantie in Vlaanderen die zijn verzameling in de totaliteit kan opnemen.

Ook Luc Poppe (House of Mysteries) krijgt vragen om collecties over te nemen, maar waardevolle spullen gaan vaak voor veel geld meteen naar het buitenland: “Het is algemeen geweten dat The David Copperfield Estate (van de befaamde illusionist) een enorme collectie rond goochelen en illusionisme heeft waar ook veel Belgische stukken inzitten (foto). Bijna alle goochelerfgoed ter wereld zit geconcentreerd in één privé-instelling. Ook dat is niet zonder gevaar.” Evelien Jonckheere (Huis van Alijn) merkte dit al bij de samenstelling van de tentoonstelling ‘Foorwonder’: “Veel materiaal rond het Vlaamse foorleven zit in het buitenland. Waardevolle spullen volgen de weg van het geld, en die weg leidt momenteel overduidelijk naar Amerika waar er veel in privécollecties belandt.”

“Bovendien ageren veel van deze circus’vrienden’ vooral als concurrenten,” zegt Jan Inghelbrecht “Of een collectie wel op de beste plek belandt, is niet van tel - wel de hoogste bieder. De meeste collectioneurs bewaren hun collectie achter gesloten deuren zodat niemand er iets van weet. Terwijl dat toch de meerwaarde is van erfgoed, dat het voor het publiek ontsloten wordt.”

© Patrick Pickart

© Patrick Pickart. De originele zwaardenkist van professor WINANDO wordt tijdens de tentoonstelling FOORWONDER getoond aan het publiek. De kist, objecten en affiches komen uit de collecties van House of Mysteries, Luc Poppe en Nikolaas Martens.

Wie zal dat betalen…

“Sommige privé-verzamelaars willen grof geld om hun collectie over te nemen en we zijn financieel en qua plek beperkt. Daarom selecteren we wat meest aanvullend is op de bestaande collectie circus en de draagkracht van het Huis van Alijn,” zegt Evelien Jonckheere van Huis van Alijn. “Ik krijg de tranen in mijn ogen als ik zoiets hoor,” repliceert Sabbe. “Omdat met - alle goede bedoelingen en begrip voor de beperkingen – zo collecties versnipperd geraken.” Ook wie gewoon een circuscollectie of een archief van een circusorganisatie/-artiest wil schenken, krijgt die nauwelijks aan de straatstenen kwijt omdat niemand heeft plek of weet waarheen. Er is een Werkgroep Herbestemming die collectioneurs ondersteunt en adviseert waar collecties naartoe kunnen.

“We zitten ook generationeel op een keerpunt. Veel circusverzamelaars zijn al op leeftijd, in de traditionele circusfamilies dooft de oudere generatie uit en ook de eerste generatie uit het hedendaags circus, zoals D’Irque en Fien, gaat op pensioen. Ook voor oudere circusateliers, zoals Salto die de deuren sluit, en waar een schat aan archiefmateriaal rond circuseducatie ligt, is geen oplossing” zegt Matilde Ruppert (Circuscentrum). “Daarenboven, we werken vandaag allemaal veel meer digitaal - en niet alleen de jonge generatie-, waardoor er veel digital born archiefmateriaal is. Digitaal materiaal heeft zijn eigen uitdagingen, foto’s en filmpjes komen in de cloud, maar ook daar worden ze niet automatisch eeuwig bewaard.” Door die toenemende digitalisering plant Circuscentrum begin 2026 in samenwerking met Huis Van Alijn een eerste circus wikithon met de bedoeling om zowel het heden en verleden van het circus in Vlaanderen digitaal op de kaart te zetten en die kennis ook voor een breed publiek ontsluiten.

We zitten ook generationeel op een keerpunt. Veel circusverzamelaars zijn al op leeftijd, in de traditionele circusfamilies dooft de oudere generatie uit en ook de eerste generatie uit het hedendaags circus gaat op pensioen.

Matilde Ruppert

Grip op je circuserfgoed

Om circusorganisaties en collectioneurs te begeleiden in het bewaren en archiveren van het erfgoed ontwikkelden CEMPER en Circuscentrum de leidraad ‘Krijg grip op je circuserfgoed’. “We willen de sector overtuigen van het belang van archiveren en met een handleiding het behapbaar maken om zelf ermee aan de slag te gaan. Al is dat in een sector waar al veel energie gaat in maken, spelen en touren niet evident, daarvan zijn we ons bewust,” zegt Calsius.

Alexander Wijsen (circus Alexandre Bouglione) vertelt hoe materialen en papieren zich opgestapeld hebben in enkele vrachtwagens en depots. Geld en tijd om alles op orde te zetten is er niet. “De leidraad spreekt over zuurvrije dozen maar dat alleen al kost een fortuin.” Het advies vanuit CEMPER is helder: “Beschrijf je archief zoals het nu is, desnoods zeg je: daar staan 3 wagens en 5 kasten. Start vanaf nul. In het begin is het archiveren veel werk maar als je het vanaf dan consequent opvolgt, valt het mee. Dan helpt het zelfs dat het nog in privébezit zit, de onmiddellijkheid waarmee je iets in je archief kunt steken, je zit aan de bron want je bent de bron.”

Daarnaast zijn er naast CEMPER als adviesorgaan ook de lokale erfgoedcellen waar organisaties kunnen aankloppen voor expertise en misschien ook vrijwilligers kunnen vinden om mee te helpen archiveren. Dat was ook het geval bij het pilootproject ‘Nalatenschappen van kunstenaars’ met Circus Ronaldo waarvoor werd samengewerkt met 11 vrijwilligers van de Erfgoedcel Mechelen. Bij het traject werd bewust Frauke Verreyde, vrouw van Nanosh Ronaldo, betrokken zodat de archivering ook een verantwoordelijkheid binnen de familie blijft. “Te vaak zie je immers hoe een gepassioneerde externe wegvalt en daarmee ook alle opgebouwde kennis,” zegt Matilde Ruppert (Circuscentrum).

Ook studenten, academici en freelance onderzoekers zijn geïnteresseerd om onderzoek te voeren over circuserfgoed maar ze weten vaak niet waar te zoeken: er zijn nauwelijks proffen die expertise hebben in circuscircuscultuur en -geschiedenis en bij de circussen of gezelschappen weten ze zelf vaak niet eens wat ze in huis hebben. “Terwijl daar zeker een piste ligt met betrekking tot archivering en ruimer onderzoek rond specifieke thema’s,” vindt Xavier Depaepe (Wiener Circus). Hij zou niets liever hebben dan een stevige studie rond de roemrijke geschiedenis van de Malter familie. “Alleen al in Gent heeft de ganse familie Malter een lange historiek: schoendozen, albums, handgeschreven documenten waarvan de inkt al is verbleekt. De kostuums van de befaamde Ricardo de Leeuwentemmer zijn na zijn overlijden naar zijn vrienden gegaan in plaats van binnen het circus te blijven. Sommige van die prachtige kostuums zie ik nu nog op foto’s opduiken in andere circussen, maar van de meeste kostuums weet ik niet waar ze uithangen. Het verhoogje van de bekende olifant Coni, die een collectieve herinnering is bij zoveel Vlaams publiek, heb ik op het nippertje kunnen redden van het oud ijzer. Maar de iconische wagen van het olifantentransport is helaas in stukken gesneden.”

Studenten, academici en freelance onderzoekers zijn geïnteresseerd om onderzoek te voeren over circuserfgoed maar ze weten vaak niet waar te zoeken

Bumba, het circusmuseum?

“Het traject ‘Nalatenschappen kunstenerfgoed’ is een sterke impuls gebleken, alleen ligt de focus vooral op beeldende kunsten en wordt vooral ingezet op de meer bekende en dus eigenlijk al sterk gedocumenteerde (en al lang gesubsidieerde) namen. Dus daar dienen we aandachtig voor te zijn als dit traject al een toekomst krijgt,” benadrukt Mariet Calsius CEMPER).

“In tijden van crisis en besparingen moeten we realistisch zijn. Een centraal circusarchief, laat staan een museum, daar zijn het de tijden niet voor. Een museum kost tonnen geld: personeel en een kwalitatief beleid op het vlak van aankopen en bewaren. Laat ons dus steunen op de bestaande kennis en expertise die er al is,” vindt Evelien Jonckheere (Huis van Alijn).

“De tijd mag er misschien niet naar zijn om te dromen van een circusmuseum. Maar in de combinatie van publiek-private middelen en het feit dat er aan het circus ook een commerciële kant verbonden is, ligt misschien net daar een opportuniteit.” besluit Mariet Calsius. Want tussen droom en realiteit is soms ‘gewoon’ daadkracht en ondernemingszin nodig.

Knelpunten rond archiefzorg en het bewaren van circuserfgoed

  1. Het ontbreekt aan expertise, tijd, plek en middelen in de circussector om aan goede archiefzorg te kunnen doen, er is nood aan meer kennisdeling en externe kracht.
  2. Het is momenteel onhelder waar circuserfgoed zich bevindt, het is urgent om de specifieke problematieken die daarmee gepaard gaan, in kaart te brengen.
  3. Er is nood aan een collectiebeherende instelling die circus officieel in het collectieprofiel heeft, om op een duurzame manier voor circuserfgoed te zorgen en in te zetten op kennisopbouw. Een uitbreiding rond circus in het collectieprofiel van bestaande instellingen kan een oplossing bieden.
  4. Het is belangrijk om de brug te slaan met (academisch) onderzoek om de kennis rond circuserfgoed te verdiepen en te ontsluiten. De toegang tot goed bronnenmateriaal is daarvoor essentieel. De Bronnengids Podiumkunsten is hiervoor een mogelijke tool.
  5. Het zou goed zijn dat er meer communicatie is tussen verzamelaars, onderzoekers, erfgoedsector en steunpunt zodat als er vragen binnenkomen ze correct doorverwezen en in contact gebracht worden. Die netwerkversterking is belangrijk.
  6. Circuserfgoed verdient publieke aandacht en een goede plek.

De leidraad ‘Krijg grip op je circuserfgoed’ geeft praktische tools. Voor advies zijn er organisaties als CEMPER die deze expertise hebben maar voor concrete hulp en begeleiding kan je ook aankloppen bij lokale erfgoedcellen.

Er zijn veel verspreide circusarchieven en -collecties in Vlaanderen (en collecties die verhuizen naar het buitenland). Het consequent registeren van collecties op Archiefpunt kan helpen om privécollecties zichtbaar te maken. Een piste kan zijn om die info te bundelen op de website van Circuscentrum.