“Je moet jezelf toestaan om risico’s te blijven nemen”

Vier dagen voor de avant-première van Droplines op MAD festival vinden Maartje en Harm van Tall Tales tussen alle vallende ballen door toch nog de tijd om het te hebben over falen en feilbaarheid: het thema van hun nieuwste voorstelling. Door het scherm heen is er weinig stress te bespeuren: ze vertellen vol enthousiasme, met veel superlatieven, en vullen elkaars gedachten vanzelfsprekend aan.

© Ben Van Duin
© Ben Van Duin

Waarom wilden jullie een voorstelling maken over falen?

Harm van der Laan “Het begon met het besef dat wij als circusartiesten continu falen, vallen, elkaar oprapen, maar dat we dat zo weinig tonen. Integendeel, we verdoezelen het vooral op scène, en al zeker als jongleur. Dit terwijl het zo’n groot deel van de creatie- en repetitietijd heel zichtbaar is en het falen kan eigenlijk ook een heel komisch of tragisch moment opleveren. Dus we dachten: wat als we dat nu eens op het voorplan plaatsen en het hebben over de noodzakelijkheid, de onontkoombaarheid en de schoonheid van falen? Je kunt iets alleen leren door het heel vaak fout te doen, maar dat verandert opeens als je op een podium staat. Waarom eigenlijk?”

Maartje Bonarius “Ik heb ook het gevoel dat er in de maatschappij steeds minder ruimte is om te falen. Ik voel dat ook bij mezelf, die stress en die druk. We zijn een structureel gesubsidieerd gezelschap, maar daardoor zijn er veel ogen op ons gericht. Je schrijft een plan en moet daarna al die verwachtingen inlossen en dan is het een uitdaging om jezelf toe te staan risico’s te blijven nemen. Met deze voorstelling wilden we die ruimte reclaimen. Dat is ook de reden waarom we heel veel try-outs doen: het woord zegt al dat je nog aan het proberen bent.”

Harm “We begonnen te lezen over falen en slagen en wat wij heel schokkend vonden is dat de prestatiedruk de afgelopen 20 jaar steeds is blijven toenemen. Vandaag krijgen mensen steeds vaker al op jonge leeftijd een burn-out. Naast die persoonlijke laag voelden we dus ook een maatschappelijke noodzaak.”

Maartje “Jongleertechnisch is het ook een superleuke en uitdagende research: hoe gebruik je de drop (het vallen van de bal, red.)? Luke Wilson was daarbij een grote inspiratiebron.”

Harm “Hij is ondertussen overleden, maar we hebben vroeger nog les van hem gehad, dus het is ook een hommage aan hem.”

Maartje “Hij maakte een voorstelling over de drop waarin hij zeven redenen om te droppen onderscheidt. En hoewel het over jongleren gaat, zijn die ook heel vaak te vinden in het dagelijks leven. Wij hebben daar dan een eigen versie van gemaakt met zeven droplines: hoe om te gaan met die drop?”

Droplines gaat dus niet zozeer over het vallen van de bal, maar over welke scenario’s er mogelijk zijn na de drop?

Maartje “Precies. Hoe ga je om met dat falen, met je fouten? Welke strategieën gebruik je?”

Harm “Geef je de schuld aan je collega, ga je voor de totale ontkenning…”

Maartje “Zeg je ‘sorry’, verbloem je je fout? Als jongleur heb je sowieso strategieën om ermee om te gaan, want 80% van de tijd ben je aan het falen. De zwaartekracht is er altijd en falen zal altijd gebeuren. We benaderen het vanuit jongleren als technische discipline, maar we zoeken steeds de koppeling naar het dagelijks leven, zodat het voor iedereen herkenbaar is.”

In jongleren is een drop genadeloos zichtbaar. Tegelijkertijd leren jongleurs om zo’n mislukking zo weinig mogelijk aandacht te geven en zich direct te herpakken. Hoe hebben jullie dat falen onderzocht?

Harm “We hadden een lijst met 50 ideeën voor scènes: Wat als jongleren totaal risicoloos zou zijn? Wat als elke drop grote consequenties heeft? Wat als elke drop gevierd wordt? Wat als we een choreografie maken gebaseerd op de manier waarop we iets oprapen? Die zijn we gaan testen om te zien: wanneer communiceert het meer dan alleen het jongleren? Maar ook: wat is het punt waarop het misgaat en waarom? Daar hebben we veel tijd voor genomen.”

Maartje “We hebben ook gewerkt met Sean Gandini – heel inspirerend – en met Jos Houben, een expert, eigenlijk een legende als het gaat over fysiek theater en fysieke humor (zie interview met Jos Houben elders in dit magazine, red.). Al die ingrediënten hebben we meegenomen: waar kunnen die jongleertechnieken en die fysieke technieken samenkomen?”

Harm “We vroegen ons ook af: wat is het verschil tussen een fout maken en falen? En we concludeerden dat de al dan niet ingebeelde blik van de ander daarin een cruciale rol speelt. Als je thuis een glas laat vallen is dat een foutje. Gebeurt hetzelfde tijdens je eerste werkdag op café dan voelt dat als falen. In die zin is het ook heel interessant hoe het publiek reageert, hoe zij ernaar kijken, wat zij zien. Dus daar proberen we ook mee te spelen.”

Wat was de grootste uitdaging?

Maartje “Dat er bij jongleren eigenlijk niet zo veel op het spel staat. In vergelijking met bijvoorbeeld hand-to-hand is een val veel minder gevaarlijk, is er veel minder belang. Het valt, so what?”

Harm “Maar wij als jongleurs hebben letterlijk nachtmerries over drops. Dus hoe maken we duidelijk dat het voor ons heel veel uitmaakt?”

Maartje “Of hoe kunnen we er consequenties aan verbinden?”

Harm “Na een van de toonmomenten zei iemand uit het publiek: nu ik dit gezien heb, ga ik heel anders naar alle jongleervoorstellingen kijken. Dat vond ik heel leuk.”

Maartje “Een scène waar we echt mee hebben geworsteld was die waarin we de drop wilden vieren. Maar jongleurs vinden het echt verschrikkelijk om te droppen. Dus dan zei ik: kom op, meer blijdschap! Maar dat lukte niet. Dan hebben we het geprobeerd met ritmische upbeat muziek – drop, drop – maar dat werkte ook totaal niet. Uiteindelijk werd het een choreografie op klassieke muziek met verschillende manieren om te droppen.”

Dus eigenlijk een sequentie met geplande drops? Telt dat dan nog als een drop? Als falen?

Maartje “Er zitten heel veel geplande drops in de voorstelling. We hebben alle drops geteld en als alles goed gaat hebben we er precies 222. Dus voor sommige mensen was dat niet meer echt falen. Toen dachten we: we moeten ook een scène hebben waarin we iets proberen dat écht niet lukt. Maar die balans vinden was moeilijk, want mensen willen iemand niet echt zien falen.”

Harm “Nou ja, theatraal is dat lijden natuurlijk wel lekker.”

Maartje “Maar als de balans niet goed zit, slaat het door naar plaatsvervangende schaamte, dan wil je het als publiek niet zien. Zeker voor buitenvoorstellingen moet je daarmee opletten, want als het niet fijn is, lopen mensen weg. Moeilijk, want we vonden dat er ook wel echt gefaald moest worden.”

Harm “Ik denk wel dat we er uiteindelijk een weg in hebben gevonden. Iets dat ik me van tevoren helemaal niet gerealiseerd had, en dat is eigenlijk wel grappig, is dat het onze reflex is om te vangen. Maar nu moeten we de bal vaak droppen, dus dan wordt de fout dat je hem per ongeluk vangt.”

Maartje “En een ander probleem van al die geplande drops: wat doe je met ongeplande drops?”

Harm “Elk personage gaat ook op een andere manier om met het falen. Pieter Visser, Anna Emilie Pedersen en ikzelf spelen drie heel verschillende karakters. Ik ben bijvoorbeeld de man die de hele tijd uitleg geeft over falen en de drop, maar zelf zogezegd natuurlijk nooit faalt.”

Aangezien het gesprek over falen gaat, een metavraag: Wat was de grootste mislukking in het repetitieproces? Iets dat je heel graag in de voorstelling wilde, maar niet werkte?

Maartje “We wilden dat negatieve aspect nog meer benadrukken. We hadden een scène waarin Harms personage – dat dus niet faalt – toch dropt en dat hij dan helemaal over de rooie gaat. Dat zit nu niet in de buitenversie omdat het te intens was, terwijl we eigenlijk die kleur wel wilden laten zien.”

Harm “Ik weet niet of dat echt een mislukking is. Je maakt ook keuzes om een gebalanceerde voorstelling te houden.”

Maartje “Maar ik vind het wel jammer, want ik wil die kant ook laten zien.”

Harm “We wilden ook nog meer doen met het publiek. Aantal keer geprobeerd en was toch elke keer…”

Maartje “Nee, dat is niet gelukt. Maar het heerlijke was dat we heel veel try-outs hebben gedaan, waardoor we tijdens het proces ook veel ruimte konden geven aan ons eigen falen. Die werkwijze bleek een goede manier om die ruimte om te falen terug te claimen.”

Harm “Als ik zou mogen kiezen, zou ik het liefst sowieso niet in première gaan. Spelen we gewoon 300 try-outs en dan is het klaar. Want we blijven sowieso sleutelen; een voorstelling is nooit af.”

© Ben Van Duin
© Ben Van Duin

Wat was het grootste inzicht dat jullie hebben opgedaan over falen? Of anders gezegd: wat hebben jullie ervan geleerd en wat kunnen anderen van jullie falen leren?

Maartje “Als we allemaal veilig gaan werken omdat er zoveel druk op staat, dan vernieuw je jezelf niet.”

Harm “Ons heeft het een veel rijkere voorstelling opgeleverd doordat we die risico’s hebben kunnen opzoeken. Soms zijn voorstellingen nog niet helemaal af op de première, die hebben eigenlijk nog een paar weken nodig. Maar als die te weinig spelen, is er geen kans om de voorstelling te laten rijpen. Als die ruimte om te falen er wel is, zouden die voorstellingen veel langer kunnen leven. Hoe kunnen we dat anders organiseren?”

Maartje “We hebben ook allemaal veel inzicht gekregen in wat onze go-to strategieën zijn, waardoor je kunt kiezen om er deze keer niet voor te kiezen.”

Harm “Ik ben me er nog meer van bewust geworden hoezeer falen niet zozeer in jezelf ligt, maar in de reactie van de ander. En daardoor ben ik veel meer bezig met mijn reactie als er iemand anders faalt. Het is heel fijn om ruimte te kunnen bieden aan andermans falen, zodat het niet als falen voelt, maar als een foutje.”

Niemand faalt graag. Hebben jullie ook nieuwe dingen geleerd over jullie eigen persoonlijkheid of over elkaar door dit onderzoek naar falen?

Maartje “We werken al lang samen, maar tot nu toe stonden we steeds samen op of samen naast de vloer. In Droplines was ik de regisseur, terwijl Harm speelt.”

Harm “In elke nieuwe rol moet je opnieuw leren samenwerken, terwijl je ook de hele tijd dezelfde valkuilen tegenkomt.”

Maartje “We moesten onszelf eraan herinneren dat we nu elk een andere rol hebben. Dat ging met vallen en opstaan. Iets waar we in onze dynamiek al vaak tegenaan zijn gelopen is dat ik meer ruimte mag innemen en dat Harm een stap terug mag doen. In deze context zit die verhouding al in de verschillende posities. Dus ik vind het ook wel een fijne rolverdeling: dat ik moet praten en dat Harm zijn mond houdt.”

Maartje, voor jou resoneert het thema ook op persoonlijk vlak. Kun je iets meer vertellen over de impact die jouw falende lijf – om het zo maar even te noemen – heeft gehad op jouw artistieke parcours?

Maartje “Ik heb een zenuwstelselaandoening gekregen, die in eerste instantie heel lokaal was: ik ging door mijn enkel. Toen ben ik gewoon doorgegaan met het maken van voorstellingen, maar dan jonglerend al zittend op stoelen, dus helemaal aangepast. Maar toen ik ergere symptomen kreeg en dat onmogelijk werd voor mijn armen, kon ik niet meer in die richting door.

Ik realiseerde me dat ik me nog steeds artistiek kon uiten, maar dan via andere lijven. Die stap kwam gelukkig op een goed moment voor ons gezelschap – we kregen de Nieuwemakersregeling (een subsidie in Nederland, red.) – maar inhoudelijk negeerde ik het. Ik wilde door en ik had nog zoveel andere dingen te vertellen. Ik schoof het zo veel mogelijk aan de kant, zocht nieuwe wegen, maar heb nooit de tijd genomen om te onderzoeken wat het betekent om een circusartiest in een rolstoel te zijn.

Nu ben ik pas op een punt gekomen dat ik klaar ben om die research te doen. Ik heb het gevoel dat ik nog veel te bieden heb, maar ik moet daarin ook durven falen, tegen de muur lopen, alleen al omdat ik niet elke dag op het podium kan staan. Wat kan ik altijd fysiek? Wat kan ik enkel op sommige dagen? Hoe kun je dat opvangen? Dat is heel confronterend, want ik kom keihard mezelf tegen. Ik weet niet meer wie ik ben als speler. Ik wist wie ik was als acrobaat, als circusartiest. Maar wie ik nu ben, dat probeer ik geleidelijk aan te ontdekken, en dat is ook leuk.”

Harm “Onze nieuwe voorstelling na Droplines gaat daarover. Dat zijn de eerste stapjes.”

Waarom duurde dat zo lang om die stap te zetten, denk je?

Maartje “Ik had echt wel een identiteitscrisis. Wie ben ik? Vinden mensen mij nog interessant als ik niet die artiest ben? Ik moest door een rouwproces.”

Harm “Ook praktisch: leren omgaan met alles wat je niet meer kunt.”

Maartje “En de pijn ook. Ik heb dat proces wel echt doorlopen, maar ik wilde dat privé doen en er niet in het circus ook nog de hele tijd mee bezig moeten zijn.”

Harm “Je wilde er ook niet je artistieke identiteit van maken. Dat het alleen nog daarover mag gaan.”

Maartje “Nee. En ik was er emotioneel ook nog niet klaar voor. Nu weet ik veel beter waar ik ben, wat mijn ziekte is.”

Harm “Want die aandoening is erg grillig.”

Maartje “Soms gaat het veel slechter, soms beter, en ik kon niet op mijn lijf vertrouwen. Mijn drive en passie gaan altijd over de grenzen van mijn lijf – wat dat betreft ben en blijf ik een circusartiest – dus ik wilde mezelf ook beschermen.”

Er is een schrijnend tekort aan representatie van crip bodies in de podiumkunsten in het algemeen en zeker in het circus, waar het net vaak gaat over super abled bodies. Voelde je druk om het erover te hebben?

Maartje (twijfelt) “Ik voel wel dat er veel ogen op me gericht zijn. In de kunsten is er nog veel te winnen als het aankomt op de zichtbaarheid van mensen met een handicap. Daardoor zit er ook veel druk op om die kans goed te benutten als je hem krijgt.”

Harm “Maar je had ook tijd nodig. Als je in een rolstoel zit, ben je niet meteen een expert in crip art.”

Maartje “Ja, het is een nieuwe identiteit waar je aan moet wennen, maar die je voor de buitenwereld – boem! – plots wel helemaal hebt. Dan word je gevraagd in allerlei panels, terwijl je zelf nog alles aan het ontdekken bent. Ik ben moeten groeien in mijn rol als rolstoelgebruiker.

Nu voel ik zelf ook de noodzaak om het erover te hebben, om die ruimte te pakken. Maar dat gaat samen met druk over de verwachtingen die er zijn over hoe ik het er dan over zou moeten hebben. Ik denk dat ik het vooral heel dicht bij mezelf moet houden.”

Harm “Spreken vanuit je eigen ervaring.”

Maartje “En dat dan koppelen aan het maatschappelijke. Iedereen draagt van alles met zich mee. Soms zie je dat, maar soms ook niet. En ik denk dat veel mensen zich daarin kunnen herkennen. Dragen en gedragen worden is uiteindelijk heel universeel.”

© Ben Van Duin
© Ben Van Duin

Was Droplines misschien een noodzakelijke oefening om die druk aan te kunnen?

Maartje “Absoluut. En ook om mijn grenzen fysiek te respecteren.”

Harm “Daarnaast is het ook een vervolgstap in het onderzoek naar falen. Falen gaat ook over zaken die je overkomen waar je niet voor kiest en waar je wel mee moet dealen.”

Maartje: “Falen kan ook heel veel moois opleveren. Ik heb zo veel steun gehad aan Harm. Hij wordt soms letterlijk mijn benen, bijvoorbeeld als hij me de trap op draagt.

Harm, hoe was die verandering voor jou?

Harm “We dragen dit samen, maar het is wel Maartje overkomen. Soms vragen ze: ‘Hoe gaat het met Maartje?’ en dan bedoelen ze eigenlijk ‘Hoe gaat het met haar lijf?’ Maar mensen vergeten daarbij vaak te vragen hoe het met jou als mantelzorger gaat. Terwijl het ook voor jou een grote aanpassing is, zeker als de ander een stuk zelfstandigheid verliest. Ik ben vooral heel blij dat we een weg hebben gevonden waarin we gelijkwaardig blijven. Partners.”

Maartje “Ja, dat zijn we eerst en vooral.”

Harm “We hebben een liefdesrelatie, een circusrelatie, een werkrelatie en een zorgrelatie en die bestaan allemaal naast elkaar.”

Maartje “En dat gaat ook twee kanten op.”

Harm “Ja. Want soms zeggen mensen dingen als: ‘Wat bijzonder dat je bij haar blijft. Dat je haar 200 trappen opdraagt naar de waterval…’”

Maartje “… maar ik draag hem evenzeer.”

Harm “Vroeger op scène droeg ik haar ook veel, maar nu wordt er plots heel anders naar gekeken. Dus we hebben ook heel veel zin om het functionele of symbolische dragen versus het acrobatische dragen te onderzoeken.”

Droplines is deze zomer onder meer te zien op Oerol, Deventer op Stelten en Chassepierre.

Voor de volledige tournee, check www.talltales.nl

Auteur: Mahlu Mertens
Foto’s: Ben Van Duin
Dit artikel verscheen in Circusmagazine #86 (mei 2026)